
‘Indirect is het allemaal de schuld van die verdomde oorlog’
Door: Wies van Erp RubriekROOSENDAAL - Dankzij een samenwerking tussen de Tongerlohuys Verhalenbank en de Roosendaalse Bode verschijnt er iedere maand een verhaal uit de Verhalenbank in de Roosendaalse Bode. Dit zijn verhalen over én vanuit de inwoners zelf; persoonlijke geschiedenissen en anekdotes van Roosendalers. Mieke Stroop-Jongeneelen (1943) was getrouwd met Wil Stroop, met wie ze drie dochters kreeg. Die werden net over de grens, in Essen geboren. “Er was begin jaren ‘60 in Roosendaal niet aan een woning te komen”, verklaart Mieke de verhuizing.
Wil overleed begin januari 2004 en Mieke moest alleen verder. Nu, vele jaren later, woont ze nog steeds zelfstandig en ze was en is betrokken bij talloze organisaties zoals Vluchtelingenwerk, Rode Kruis, parochie Norbertus, wijkhuis West, Wij willen delen (waarvoor ze de Antoniusprijs ontving) en bij de verdeling van voedselpakketten. Ook draait ze het Maatjesproject waarbij ze op vriendschappelijke basis mensen bezoekt en bijvoorbeeld samen met hen naar de schouwburg gaat. Ze maakt wenskaarten en schrijft liedjes voor bijzondere gelegenheden.
Mieke werd in de Tweede Wereldoorlog geboren en weet dus niets uit eigen beleving uit die tijd. Maar toch waren er in die jaren gebeurtenissen, verteld door haar moeder, haar man en andere Roosendalers, die ervoor zorgden dat ze haar verhaal besluit met de woorden “Indirect is het allemaal de schuld van die verdomde oorlog’. Dit is deel 1 van haar verhaal. Deel 2 volgt.
Fietsje
Wil Stroop, de latere echtgenoot dus van Mieke, was acht jaar toen op zaterdag 11 mei 1940 Roosendaal werd getroffen door een Duits bombardement dat aan tientallen mensen het leven kostte. “Wil had net een fietsje gekregen. Hij was samen met andere kinderen op straat aan het spelen toen de eerste bommen vielen. Er was grote paniek, het ouderlijk huis van Wil aan het Emmapleintje, destijds de scheiding tussen de Emmastraat en Burgerhout, brandde volledig af. Ze waren alles kwijt en hadden alleen nog de kleren die ze op dat moment droegen. Vader, moeder en de vijf kinderen werden opgevangen in de Openbare School in de Nieuwstraat. Na verloop van tijd kregen ze een tijdelijke woning in de Rozenstraat. Stel je de angst, de ontreddering en de machteloosheid van die mensen eens voor. En het verdriet van Wil, omdat hij in de paniek zijn nieuwe fietsje moest achterlaten.”
Melkfabriek
Het tweede drama speelde zich af op 31 mei 1944. “De bevrijding was al in zicht en toen was er opnieuw een bombardement, ditmaal van de geallieerden. Ze wilden het voor de Duitsers belangrijke station platgooien, maar het ging mis en de bommen vielen op de melkfabriek ’t Anker, de suikerfabriek van Van Gilse en op de Ste. Marieschool. Er was geen waarschuwing, geen luchtalarm, geen sirenes, want het waren immers de geallieerden die ons kwamen bevrijden. Mijn tante Naan zag er dan ook geen gevaar in toen haar zoontje Christ op die woensdagmiddag, net zoals veel andere kinderen, aan zijn mama vroeg of hij papa tegemoet mocht lopen. Oom Piet werkte bij ’t Anker.
Het werd de grootste ramp die Roosendaal trof. Er vielen 76 doden, onder wie mijn oom Piet van 39 en zijn zoontje Christ van tien. De oorlog zou nog heel lang nadreunen voor tante Naan en haar dochter Riet.”
Alle verhalen uit de Tongerlohuys Verhalenbank zijn terug te vinden op de website van de Verhalenbank.




