
Ewald Sieben: ‘Levend erfgoed’
Door: Wies van Erp RubriekHier spreekt de trotse adoptievader van ‘Frontpijp 47 - bovenste veldje, Prestant 16’ van het monumentale kerkorgel van de St. Jan.
Ik kan alles objectief belichten, maar niet als het over de St. Jan de Doperkerk gaat. Wat wil je. Ik ben aan de overkant op Markt 15 geboren en uiteraard gedoopt in deze prachtige waterstaatskerk. Deze wieg van Roosendaal was dat bijna letterlijk voor mij. Het gebouw krijgt een nieuwe bestemming en ik had daar best een hard hoofd in. Maar met de jongste verbouwing wordt de 750-jarige geschiedenis waardig voortgezet.
Mijn geschiedenis met de St Jan leest als een jongensboek. Als kleuter werd ik op moeders schoot vertrouwd met de psalmen en wierrookdampen. Niet veel later kende ik de kruisweg uit mijn hoofd. Met de Sint Marieschool moest ik er zo vaak klassikaal biechten dat ik zonden tekort kwam. Via het schoolkoor van broeder Linus belandde ik in het grote kerkkoor van Jan Koenraad, organist en directeur van de plaatselijke muziekschool. Mijn bijdrage was bescheiden. Koenraad dirigeerde me al snel naar de achterste rij met de opdracht vooral zachtjes te zingen.
Enfin, het maakte allemaal geweldig veel indruk en het gebouw doet dat nog steeds. Dolgelukkig ben ik dan ook met het sympathieke initiatief om ook het indrukwekkende orgel van een roemloze ondergang te redden.
De moederkerk van Roosendaal overleefde verschillende orgels en het huidige dateert van 1852. Het is een echte ‘M.M. Merklin & Schütze’ van de gelijknamige Brusselse orgelbouwer. Het instrument kostte destijds tienduizend gulden. Een prikkie, want dat zou nu ongeveer een ton in Euro’s zijn. De restauratie alleen al gaat een veelvoud daarvan kosten.
Wie een steentje wil bijdragen kan een orgelpijp adopteren. Hoe mooi is dat. Kun je straks omhoog wijzen en zeggen: die pijp daar is de mijne. Word je levend erfgoed!




