
Rucphen zoekt hulp dichter bij huis om zorgkosten te drukken
Door: Corné Luijken AlgemeenRUCPHEN - Inwoners van Rucphen moeten vaker een beroep doen op hun eigen omgeving voor hulp en ondersteuning, zoals familie, buren, verenigingen of vrijwilligers. Gespecialiseerde jeugdzorg en Wmo-ondersteuning blijven een vangnet voor wie er écht op is aangewezen. Dat staat in het projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo van het college.
De aanleiding is de snelle groei van de kosten. Rucphen telt sinds 2020 65 procent meer kinderen en jongeren in de jeugdzorg, en de zorg die zij nodig hebben wordt bovendien zwaarder. Daar komt bij dat de tarieven van zorgaanbieders met zo’n 20 procent stegen, een ontwikkeling waar de gemeente zelf geen invloed op heeft.
Het aantal zware, hoogcomplexe zorgtrajecten groeide van 28 in 2024 naar 35 in 2025, terwijl het totaal aantal jongeren met gespecialiseerde jeugdzorg vrijwel gelijk bleef: 636 in 2024 en 644 in 2025. Een kleine groep kinderen heeft dus bovengemiddeld veel dure zorg nodig. De grootste stijging van aantallen en uitgaven viel tussen 2023 en 2024.
Bij de Wmo ligt het beeld anders. In 2025 kregen 1.443 inwoners hulp of ondersteuning vanuit die wet. Vergeleken met de andere gemeenten in de regio doen relatief weinig Rucphenaren een beroep op zo’n voorziening.
Rijk gaf in 2025 net genoeg
Het Rijk stelde in 2025 35,5 miljoen euro beschikbaar voor het sociaal domein in Rucphen, waarvan de gemeente 34,6 miljoen euro uitgaf. Dat bedrag ligt nog niet vast, want de raad moet de jaarrekening nog vaststellen. Toch ziet het college weinig ruimte, want gemeenten stevenen af op ‘ravijnjaar’ 2028, het moment waarop het Rijk fors minder geld overmaakt.
Het plan volgt drie lijnen. De gemeente versterkt het aanbod in de dorpen, zodat er iets te kiezen valt naast dure zorg. Het loket weegt scherper af of een vraag echt specialistische hulp vereist. De zorg die wel nodig is, organiseert de gemeente doelmatiger.
Wat inwoners merken
Volgens het plan draait sinds 1 april in alle dorpen dagbesteding zonder indicatie, waarbij vrije inloop, steunpuntactiviteiten en eetpunten samengaan. Inwoners hebben er geen Wmo-besluit meer voor nodig.
Wie zich nieuw meldt voor huishoudelijke hulp, krijgt eerst de lichte variant aangeboden en pas de zwaardere vorm als die tekortschiet. De gemeente zette de zware variant in 2025 nog 643 keer in, tegenover 182 keer de lichte.
Gebruikers van een scootmobiel krijgen een brief met de vraag of ze het hulpmiddel nog gebruiken. Staat een scootmobiel stil, dan haalt de gemeente hem terug. Ook beoordeelt de gemeente de twintig duurste dossiers in de jeugdzorg en de twintig duurste in de Wmo opnieuw. Bij blijvende, zware zorgvragen kijkt de gemeente of de Wet langdurige zorg de rekening hoort te betalen.
Loket is het stuur
Het meeste stuurwerk zit bij de toegang, het loket waar inwoners hun vraag stellen. Van de verwijzingen naar jeugdzorg loopt 46 procent via de gemeente en 36 procent via de huisarts. Bij de Wmo beslist de gemeente altijd zelf.
Medewerkers krijgen training, intervisie en vaste afwegingsmomenten, zodat de vraag achter de vraag boven tafel komt. Het college benadrukt daarbij dat inwoners de zorg houden die ze echt nodig hebben.
De raad volgt de voortgang elk kwartaal. De eerste rapportage komt naar verwachting in het derde kwartaal van 2026, in de vorm van een online overzicht met actuele cijfers. In 2028 moeten de uitgaven voor jeugd en Wmo fors lager liggen.




