Afbeelding
Foto: Caren Vermaat

Verzetsstem gesmoord: hoe A.M. de Jong ten onder ging aan zijn moed

Door: Caren Vermaat Algemeen

NIEUW-VOSSEMEER - A.M. de Jong, bekend als schrijver van onder andere de boekenreeks Merijntje Gijzens, was niet alleen een begenadigd auteur, maar ook een uitgesproken tegenstander van het nationaal-socialisme. Al in de jaren dertig waarschuwde hij fel voor de gevaren van Hitler-Duitsland. In een pamflet reageerde hij krachtig op de Kristallnacht – de nacht waarin in Duitsland honderden Joodse winkels, synagogen en huizen werden vernield – en maakte hij de dreiging voor Joden zichtbaar. Zijn zoon was bovendien getrouwd met een Joodse vrouw, wat hem extra kwetsbaar maakte. 

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog probeerde De Jong naar Engeland te vluchten, maar zonder succes. Zijn openlijke verzet en duidelijke stellingname tegen het nationaal-socialisme maakten hem tot doelwit van het Duitse regime. In juli 1942 werd hij opgepakt en samen met andere prominente Nederlanders gegijzeld in een klooster in Haaren. 

 Na zijn vrijlating keerde De Jong terug naar zijn huis in Blaricum, waar hij onder toezicht stond van de NSB-buurman die hem nauwlettend in de gaten hield. In 1943 werd er een aanslag gepleegd op deze buurman. Als represaille gaf de SS opdracht tot een vergeldingsactie.

Op 18 oktober 1943 werd A.M. de Jong in zijn eigen woning vermoord. Onder het voorwendsel van een verduisteringscontrole drongen twee mannen zijn huis binnen en schoten hem dood. Zo kwam er een tragisch einde aan het leven van een moedige man die met pen en woord streed voor vrijheid, menselijkheid en democratie.

In het A.M. de Jongmuseum in Nieuw-Vossemeer wordt zijn nalatenschap levend gehouden. Bezoekers kunnen daar niet alleen zijn literaire werk bewonderen, maar ook stilstaan bij zijn moedige rol tijdens de oorlogsjaren.  



Blijf op de hoogte van het lokale nieuws uit jouw regio met onze dagelijkse nieuwsbrief