Jacq, Cenny en Rein zijn al jaren actief als vrijwilligers bij de voetbalvereniging en ijsclub.
Jacq, Cenny en Rein zijn al jaren actief als vrijwilligers bij de voetbalvereniging en ijsclub. Foto: Jacoline de Boer

Drie Fluplandse broers krijgen lintje: ‘We dachten dat maar één van ons iets kreeg’

Door: Jacoline de Boer Algemeen

SINT PHILIPSLAND - Maar liefst drie Koninklijke onderscheidingen zijn in april uitgereikt aan de broers Jacq (77), Cenny (73) en Rein (66). Alle drie zijn ze al decennialang actief als vrijwilliger bij de plaatselijke voetbalvereniging en ijsclub.

De verrassing was groot. “We dachten dat er maar één van ons een lintje kreeg”, vertelt Cenny. Rein en Jacq dachten dat Cenny een lintje kreeg, en Cenny dacht dat broer Rein een lintje kreeg. Uiteindelijk werden ze alle drie verrast met een Koninklijke Onderscheiding. Hun broer Jan (hij was vrijwilliger-molenaar) ontving eerder ook al een lintje, zodat er in de familie Reijngoudt vier broers zijn met een Koninklijke Onderscheiding.

Tekst gaat verder onder de foto.


De broers proostten tijdens de lintjesregen met burgemeester Marleen Sijbers - Foto: Rien Burgers

Jarenlange inzet

De broers groeiden op in een groot gezin met negen kinderen: zeven jongens en twee meisjes. Hun vader was zelfstandig ondernemer en werkte keihard om alle monden te voeden, terwijl hun moeder het huishouden runde en daarnaast als vrijwilligster in de bibliotheek actief was. De broers zijn bijna hun hele volwassen leven als vrijwilliger actief.

Jacq begon al in 1970 bij de voetbalvereniging, waar hij tot 2023 actief was - waaronder acht jaar als bestuurslid. Daarnaast is hij sinds 1975 betrokken bij de ijsclub als manusje-van-alles én ijsmeester. Cenny is sinds 1980 vrijwilliger bij de voetbalvereniging, waarvan drie jaar in het bestuur. Sinds 1987 is hij bovendien penningmeester van de ijsclub. Ook trainde hij elftallen bij NOAD’67.

Rein is sinds 1973 vrijwilliger bij de voetbalclub, waar hij net als zijn broer Cenny ook elftallen trainde. Ook is hij vrijwilliger in de breedste zin van het woord. In 1980 kwam hij, via zijn broers, bij de ijsclub terecht en sinds 2007 is hij daar voorzitter. Alle drie de broers kwamen via hun broer Han (helaas overleden) in aanraking met de ijsclub. Han stelde een loods beschikbaar aan de vereniging om hun materialen in op te slaan.

Tekst gaat verder onder de foto.


De uitreiking was met vrienden en kennissen in de sportkantine van NOAD’67 - Foto: Rien Burgers

Altijd bezig

Stilzitten zit niet in hun aard. Hoewel Jacq inmiddels gestopt is met voetballen, zit hij nog steeds niet stil. “Ik kan best stilzitten, maar ik héb er gewoon de tijd niet voor”, lacht hij. De broers verwijzen naar hun vader. “Die was ook altijd bezig, altijd aan het werk. Misschien hebben we het daar wel van.”

Ook naast hun vrijwilligerswerk voor de sportverenigingen hebben de broers zich ingezet. Zo zat Jacq tien jaar in de adviescommissie van PVAB Tholen en was hij actief in het bestuur van een jongerenclub in Flupland.

Cenny en Rein organiseerden jarenlang schaatswedstrijden. Als het ijs in Flupland niet dik genoeg was, weken ze uit naar andere banen. Hun inzet werd soms met gemengde gevoelens ontvangen thuis. Zo vond Jacqs vrouw het vrijwilligerswerk ‘soms echt te veel’, terwijl Cenny’s vrouw soms meehielp door bijvoorbeeld de weekbrief te vouwen en rond te brengen. Reins vrouw daarentegen zei juist: “Iemand moet het doen.”

Tekst gaat verder onder de foto.


De drie Fluplandse broers op de foto met hun welverdiende lintje - Foto: Gemeente Tholen

Verbonden door sport en humor

De broers hebben niet alleen vrijwilligerswerk gedaan voor de verenigingen, ze stonden ook zelf op het veld en op de ijsbaan. Alle drie voetbalden ze jarenlang, en een korte periode zelfs samen in één team. Jacq stopte op zijn 40e, Rein op zijn 62e en Cenny pas op 71-jarige leeftijd. “Wij zijn allemaal heel sportief”, vertelt Cenny. Schaatsen deden de broers ook, al was het Cenny die de meeste kilometers op het ijs heeft afgelegd. De andere broers hielden het bij af en toe schaatsen. 

Hun liefde voor sport gaat hand in hand met leuke anekdotes. Zo herinneren ze zich de oprichting van de voetbalvereniging in 1967 nog levendig. “Het bestuur huurde een weiland voor 1000 gulden per jaar. Tijdens de eerste training voetbalden we tussen de pas gemaaide tarwe. Dat ging natuurlijk niet. Om onze conditie toch op te bouwen, moesten we de dijk zo snel mogelijk op en neer rennen.”

Zowel Cenny als Jacq kunnen zich dit nog heel goed herinneren, terwijl de jongere Rein geen herinneringen heeft aan de opstart van NOAD’67. “Ik was te jong, maar ik herinner mij nog wel dat ik altijd geld kreeg voor een ijsje. Zomer of winter - altijd als ik naar de voetbal ging, mocht ik een ijsje halen.” Jacq voegt nog toe dat hij het belangrijk vindt te zeggen dat hij oranjegezind is. “De politiek verdeelt, maar Oranje verbindt”, stelt hij met overtuiging.



Blijf op de hoogte van het lokale nieuws uit jouw regio met onze dagelijkse nieuwsbrief