
Tholen zet in op inclusieve speeltuinen: ‘Geen kind mag zich buitengesloten voelen’
Door: Olaf Knook AlgemeenTHOLEN - De gemeente Tholen gaat de komende jaren zoveel mogelijk speelplekken aanpassen zodat kinderen met en zonder beperking samen kunnen spelen. Er zijn al veel stappen gezet, maar er valt ook nog volop te leren. Wethouder Corniel van Leeuwen licht toe wat er de komende tijd te wachten staat.
De inzet voor inclusieve speelplekken werd gelegd na een eerder aangenomen motie en amendement van de gemeenteraad. Het uitgangspunt was dat kinderen met een beperking onderdeel moeten zijn van de Thoolse samenleving. In dat kader ontvingen vorig jaar vier speeltuinverenigingen elk 25.000 euro om hun terreinen inclusiever te maken.
Ook werden enkele grote projecten uitgevoerd: de speelplek aan de Deensestraat in Sint Philipsland kreeg inclusieve toestellen, voor de speelplek aan de Schoolstraat in Stavenisse is extra geld vrijgemaakt en bij de aanleg van de beweeg- en beleefroute in Oud-Vossemeer is rekening gehouden met kinderen met een beperking.
Ook veel kleinere speelplekken zijn al onder handen genomen. Zo zijn de Binnenkamer en de Plantagestraat in Tholen en de Tjalk in Sint-Annaland inclusiever gemaakt. Bovendien kregen alle knikkerputjes een gele kleur, zodat kinderen met een visuele beperking ze beter zien. Toch zijn niet alle kleinere speelplekken al op niveau. Zo is de speelplek aan de Kreeftenstraat in Tholen hard aan verbetering toe: de ondergrond heeft slechte afwatering, de valdemping is op delen onvoldoende en de toestellen dateren van vóór 2004.
Veiligheid eerst
Hoewel er al veel stappen zijn gezet, erkent wethouder Van Leeuwen dat de gemeente nog niet klaar is. “We willen als gemeente dat geen enkel kind zich buitengesloten voelt. We zijn ons echter bewust van de complexiteit”, benadrukt hij. “Niet iedere beperking is hetzelfde en bij iedere beperking horen andere behoeften. Hier willen we ons meer in gaan verdiepen.” De inzichten van de Speeltuinbende Tholen en de werkgroep Gehandicaptenbeleid spelen daarbij een belangrijke rol.
Het aanpassen van speelplekken gebeurt de komende vier jaar gefaseerd. Welke locaties als eerste aan de beurt zijn, hangt af van de jaarlijkse veiligheidsinspecties. “Speeltoestellen moeten veilig zijn”, legt Van Leeuwen uit. “Ieder jaar controleert een extern bureau alle toestellen en ondergronden. Wat niet veilig is, moet worden gerepareerd of vervangen. De financiële ruimte die dan overblijft, bepaalt welke speelplekken dat jaar kunnen worden aangepakt.”
De speelplek aan de Oostsingel in Sint-Maartensdijk staat bovenaan het lijstje. Hier laat de toegankelijkheid te wensen over en is de ondergrond sterk verslechterd. Voor deze locatie is al geld gereserveerd, maar een startdatum voor de herinrichting is er nog niet. “Voordat we de opdracht verlenen, willen we eerst in gesprek met de omwonenden”, zegt Van Leeuwen. “Als zij zich grotendeels kunnen vinden in het conceptplan, verwachten we de opdracht in 2026 te kunnen verstrekken.”
Nieuwe toestellen
Volgens de wethouder gaat inclusie op speelplekken verder dan fysieke aanpassingen. “We vinden het belangrijk dat kinderen met en zonder beperking samen kunnen spelen. Kinderen met een beperking voelen zich vaak eenzaam. Ze krijgen niet altijd de gelegenheid hun buurt te verkennen en ontmoeten daardoor minder snel andere kinderen. Het samenspelen kan bijdragen aan wederzijds begrip en vriendschap.” Daarom wordt de komende jaren niet alleen gewerkt aan nieuwe toestellen, maar ook aan betere toegangen en aanvullende speelelementen, zoals speelpanelen, fantasietoestellen en aangepaste glijbanen.




