
Bezoekerscentrum in het oude stadhuis van Tholen na maanden weer heropend
Door: Olaf Knook HistorieTHOLEN - Het bezoekerscentrum in het oude stadhuis is woensdagmiddag heropend na maanden van werkzaamheden. Wethouder Hilde Moerland verrichtte de officiële opening. Met de heropening is een project afgerond dat de gemeente Tholen en haar negen kernen beter op de kaart moet zetten.
Na maanden van werkzaamheden is het bezoekerscentrum in het voormalige stadhuis ingericht tot een informatiepunt voor zowel toeristen als inwoners. De ceremonie begon woensdag om 14.00 uur en markeert de afronding van de laatste fase: de inrichting van de voormalige burgemeesterskamer, waarin het verhaal van de negen kernen van de gemeente Tholen centraal staat.
Bezoekers kunnen in de Kamer der Ontvangsten het ontstaan van Tholen-stad ervaren in beeld en geluid. In de centrale hal de Vierschaar wordt de rechtspraak en het heffen van tol in beeld gebracht. Ook is er een nieuw toeristisch informatiepunt ingericht. De tentoonstelling ‘Reymerswael, de verdronken stad’ is verplaatst naar de voorzolder. Met het centrum wil de gemeente niet alleen het historische stadhuis tot leven brengen, maar ook de verbinding leggen met de andere kernen.
Lees verder onder de foto.
![]()
Wethouder Moerland verrichte de opening - Foto: Rien Burgers
Succes
Tijdens de aftrap van het nieuwe toeristenseizoen wees wethouder Moerland al op het succes van het bezoekerscentrum. In 2024 was het centrum voor het eerst meerdere dagen per week geopend en trok het 2500 bezoekers. Het oude stadhuis is ook nu weer geopend op woensdag- en vrijdagmiddag van 14.00 tot 16.30 uur. In de vakantieperiode is het oude stadhuis vaker geopend. De extra openingstijden worden later bekendgemaakt. De toegang is gratis.
De openstelling van het oude stadhuis is mogelijk dankzij vrijwilligers van Heemkundekring Stad en Lande van Tholen. Zij verzorgen ook deze zomer de ontvangst van bezoekers. Het centrum is onderdeel van het project ‘Tholen, het onzichtbare zichtbaar maken’. De gemeente Tholen kreeg hiervoor subsidie van de Europese Unie, aangevuld met een eigen bijdrage.




