
Aan de keukentafel met Niels Kuijlen: ‘Ondernemen betekent ook op je bek gaan’
Door: José van der Wegen RubriekHOOGERHEIDE/THOLEN - Ondernemers zijn vaak dag en nacht bezig met hun onderneming. Maar wat drijft hen? Wat is hun motivatie? En waar liggen zij ‘s nachts van wakker? In ‘Aan de keukentafel met...’ gaan we met hen in gesprek en gaan we op zoek naar het bijzondere verhaal dat zij te vertellen hebben. Deze week: Niels Kuijlen van Bistro Het Raedthuys.
Hoe ben jij in de horeca beland?
“Het is me met de paplepel is ingegoten. Mijn ouders hadden een restaurant in Huijbergen, het Pannenkoekenhuis. Mijn oudoom had ook een café in Hoogerheide, daar waar nu het Kruidvat zit. En mijn tante werkte bij Hotel William in Hoogerheide. Ik heb zelfs leren lopen met een geel kratje Heineken, met het kratje voor me uit door de cafetaria heen. Ik was altijd in de weer, mee met mijn vader naar de groothandel, helpen in de keuken… Daar waar andere kinderen astronaut of profvoetballer wilden worden, zei ik altijd: ‘ik wil kok worden’.”
Maar je bent geen kok geworden...
“Dat was eerst wel het plan. Ik ging naar de Hotelschool, maar tijdens de opleiding merkte ik dat ik meer energie kreeg van het werken in het restaurant, van het contact met mensen. Ik praat makkelijk, ben spontaan, en eerlijk gezegd: ik haal veel plezier uit het gastheerschap. Dus ik heb mijn plek aan de voorkant van de zaak gevonden. De keuken is belangrijk, maar ik ben meer de man van de mensen.”
Hoe uit zich dat in je werk?
“Ik ben wel een beetje een gangmaker, een echte barman, een beetje op de mensen inspelen. Als mensen komen eten, dan wil ik leuk met ze omgaan. Ik hou daarbij soms wel van wat flauwe grapjes.”
Vertel eens wat voor grapjes dat zijn?
“Ik hou ervan om een beetje luchtigheid in de zaak te brengen. Dat zit ‘m in die flauwe grapjes, maar ook in het gevoel dat mensen welkom zijn. Ik wil dat een gast zich thuis voelt. Natuurlijk is dat soms even uitgelicht, zoals dat geintje over Ajax bij Feyenoord, waarmee ik zelfs het landelijke nieuws behaalde, omdat ik een boete van 500 euro voor juichen voor Feyenoord op de bon zette. Ik kreeg daarna wel haatmails, bedreigingen… dat was onverwacht wel heftig. Maar ik heb er toch ook om kunnen lachen, zeker toen er toch nog Feyenoord-supporters kwamen eten. Uiteindelijk kun je niet iedereen tevreden houden, maar humor maakt veel goed.”
Maakt humor ondernemen voor jou leuker?
“Ik zie inderdaad wel overal de lol wel van in. Ik ben natuurlijk niet anders gewend dan dat ondernemen hard werken is. Ik werk gemiddeld 70 tot 80 uur per week. Dan moet je wel echt houden van wat je doet. Ondernemen is voor mij echter meer dan werk: het is een manier van leven. Het mooie is dat ik ook veel samenwerk met mijn vriendin en met een fantastisch team. Die samenwerking geeft veel voldoening. Ik hou van organiseren, problemen oplossen en met mensen samenwerken. Die combinatie maakt het uitdagend en houdbaar.”
Jouw team en je ouders, zij zijn erg belangrijk voor jou hè?
“Heel erg belangrijk. Zonder mijn ouders én mijn team was Het Raedthuys er niet geweest, zoals het nu is. Mijn vader heeft bijvoorbeeld de hele keuken ontworpen, de plattegrond uitgedacht. Mijn moeder helpt me met van alles, op de voor- en achtergrond. Ze hebben me echter ook soms bewust fouten laten maken, zodat ik ervan kon leren. Bijvoorbeeld bij een verkeerde inkoop, maar daar leer je meer van dan van eindeloos advies. Ondernemen betekent ook weleens op je bek gaan. Mijn ouders hebben me dus niet beschermd tegen fouten, maar me wel altijd opgevangen. Dat is waardevol.”
Duidelijk waarom je ouders belangrijk zijn, maar waarom is je team minstens zo belangrijk voor jou?
“Omdat alleen maar ‘de baas’ zijn niets betekent zonder mensen die met je willen samenwerken. Mijn vaste team bestaat uit zo’n acht mensen, met parttimers erbij zijn we met zo’n 25. Stuk voor stuk zijn het betrokken mensen. Toen mijn vader vorig jaar plotseling overleed, hebben zij zelf voorgesteld om de reserveringen elders onder te brengen. Alles werd geregeld, zonder dat ik iets hoefde te vragen. Dat zegt alles. Je bouwt onderling een band op: sommige medewerkers hebben mij als kind nog meegemaakt bij mijn ouders en werken nu voor mij. Mijn chef-kok is 66 en voelt als een soort vaderfiguur. Daar ben ik ontzettend dankbaar voor.”
Hoe ga je als ondernemer om met tegenslagen, zoals destijds corona?
“Tijdens de coronaperiode had ik kunnen besluiten om de deuren dicht te houden, maar ik koos voor actie. We begonnen met bezorgen. Dat was eerst chaos, maar na een paar weken liep het als een geoliede machine. Organiseren, experimenteren en bijsturen: dat vind ik het leukst. Het geeft energie als iets lukt dat in het begin onmogelijk leek.”
Wat zijn op dit moment de grootste uitdagingen in de horeca?
“Personeel blijft altijd een punt. Gelukkig zijn de cao’s beter geworden, en kiezen jongeren weer sneller voor de horeca. Maar een van mijn chef-koks gaat bijvoorbeeld spoedig met pensioen en dat betekent ook dat ik nu al naar vervanging zoek. Dat deed ik ook in de coronaperiode: het waren onzekere tijden, maar toch nam ik een nieuwe kok in dienst. En dat was maar goed ook, want we hebben het heel druk. Maar naast personeelstekorten zijn ook de stijgende prijzen lastig. Vlees, vis, koffie… alles wordt duurder. Je moet slimmer inkopen, risico’s nemen. Ik hou steeds contact met leveranciers om op het juiste moment grotere partijen in te kopen. Verder moet je meebewegen met eettrends: meer vegetarisch, mensen met intoleranties, glutenvrije opties. Wij proberen altijd iedereen goed te bedienen, zijn ook een restaurant voor de hele familie. Iedereen is welkom.”
Hoe zie je de toekomst van de horeca?
“Ik ben wel positief. Mensen genieten meer. Door corona beseffen ze dat tijd samen kostbaar is. Dat merk ik bijvoorbeeld aan het aantal lunchgasten, dat echt enorm is toegenomen. We hebben een uitgebreide lunchkaart met wisselende suggesties. We gaan daarbij veel met de seizoenen mee. Als ondernemer moet je nooit blijven stilstaan.”
Je werkt hard, maar hebt ook een gezin. Hoe combineer je dat?
“Het blijft zoeken naar balans. Doordeweeks is er weinig tijd, maar onze vrije dinsdag is heilig. Daar bouwen we onze eigen tradities, net zoals mijn ouders vroeger deden. Mijn kinderen zijn nog jong, maar wie weet hebben zij later ook interesse in de horeca. Ze kregen in ieder geval een keukentje van ons voor hun eerste verjaardag. Als ze dezelfde passie voelen, zal ik hen zeker steunen. Maar het moet wel vanuit henzelf komen.”
Tot slot: met wie zou je zelf aan de keukentafel willen zitten?
“Natuurlijk met mijn vader. Om te kunnen laten zien hoe het nu is, wat we hebben opgebouwd. Dat zou me echt veel doen. Ik ben blij dat hij de tekeningen van de verbouwing nog heeft kunnen zien voor hij overleed. En als ik mag kiezen voor een ondernemer: dan de familie Van der Valk. Ik zou hen dolgraag vragen hoe ze zo’n enorme horecagroep op familiebasis hebben weten op te bouwen. Hun logistiek, hun visie op samenwerking: daar zou ik oprecht uren naar kunnen luisteren.”
Paspoort
Naam: Niels Kuijlen
Leeftijd: 34
Bedrijf: Bistro Het Raedthuys
Gevestigd: Hoogerheide
Burgerlijke staat: relatie met Sanne
Kinderen: twee, dochter Xaja en zoon Bowy
Hobby’s: werken en ik ben een fanatiek Ajax-supporter, dus ik ga regelmatig naar de voetbal toe.




