
Aan de keukentafel met Jacolien de Haan: ‘Denken in oplossingen zit echt in mijn natuur’
Door: Olaf Knook RubriekTHOLEN - Ondernemers zijn vaak dag en nacht bezig met hun onderneming. Maar wat drijft hen? Wat is hun motivatie? En waar liggen zij ‘s nachts van wakker? In ‘Aan de keukentafel met...’ gaan we met hen in gesprek en gaan we op zoek naar het bijzondere verhaal dat zij te vertellen hebben. Deze week: Jacolien de Haan van De Haan Ergotherapie.
Jacolien, hoe ben je in de ergotherapie terechtgekomen?
“Ik ben in 2003 begonnen met de opleiding ergotherapie. Eigenlijk was ik zoekende binnen de zorg wat ik precies wilde. Ik wist wel dat ik iets voor mensen wilde doen, en vooral gericht op wat er voor iemand wél mogelijk is in plaats van wat iemand niet kan. Op een gegeven moment ging ik met een oppaskindje met een spierziekte mee naar de ergotherapeut. En toen dacht ik: dit is het, ik word kinderergotherapeut. Wat me raakte, was dat er echt gekeken werd naar wie dat jongetje was en hoe hij toch kon meedoen thuis en op school met de beperkingen die hij had. Denken in oplossingen zit echt in mijn natuur.”
Maar je werkt niet met kinderen, toch?
“Klopt. Tijdens mijn opleiding kwam ik er toch achter dat kinderergotherapie niet bij me paste. Ik ben me gaan richten op volwassenen en ouderen. Na een mooie tijd bij zorgorganisatie TanteLouise merkte ik dat ik met mijn specialisaties kansen zag voor intensievere samenwerking met bijvoorbeeld ziekenhuizen, paramedici en thuiszorgorganisaties. Ik had de wens om dit op een manier vorm te geven die echt bij mij paste. Binnen de organisatie bleek daar niet altijd ruimte voor. Toen ben ik in 2019 voor mezelf gestart - kleinschalig eerst, een paar uur opzetten in een praktijkruimte in Tholen. En dat liep eigenlijk meteen al heel goed. Binnen acht maanden zei ik mijn baan bij TanteLouise op en sindsdien werk ik zelfstandig. De praktijk is uitgebreid met locaties in Bergen op Zoom en Halsteren erbij.”
Wat sprak je aan in zelfstandig werken?
“De vrijheid in zowel mijn manier van werken als mijn agenda. Ik kan mijn werkdagen flexibel indelen, rekening houden met studiedagen of afspraken, en tegelijkertijd echt mijn hart volgen in het vak. Natuurlijk is het ook pittig. De administratie, het netwerken. Maar ik vind het heerlijk om met mensen te werken, om oplossingen te creëren en echt verschil te maken in iemands dagelijks leven. Ik heb inmiddels ook een collega, Ymke, en samen draaien we de praktijk.”
Hoe combineer je dat met je privéleven?
“Ik heb twee kinderen: Marit van dertien en Teun van tien. Toen Teun naar de basisschool ging, ben ik klein begonnen. Twee tot vier uur per week. Dat was precies genoeg om te experimenteren en intussen beschikbaar te zijn voor mijn kinderen. Nu ze ouder zijn, draait de praktijk door. Maar ik blijf ook moeder. Ik werk daarom cliëntgebonden bij 28 clienten aan huis of op de praktijk en kan overige zaken zo nodig vanuit thuis doen.”
Je begon in 2019 en een jaar later kwam corona. Hoe heb je dat ervaren?
“Ja, dat was wel heavy. Ik was net helemaal zelfstandig begonnen en vanaf maart 2020 viel alles even stil. Thuisonderwijs, kinderen in groep 3 en 6, en dan toch doorgaan binnen een vitaal beroep. We hebben deels huisartsen en thuiszorg ontzorgd, en veel cliënten behandeld die covid hadden gehad. Maar ik heb nooit gevreesd dat ik mijn werk niet kon doen. De vraag naar ergotherapie is groot. Zeker ook in de revalidatie na corona zien we nog steeds cliënten met long covid.”
Heb je nog meer cliënten naast mensen met long covid en volwassenen?
“Mensen met dementie, niet-aangeboren hersenletsel, of anderen die begeleiding nodig hebben in het dagelijks functioneren. Dat kan variëren van helpen bij het weer opstarten van werk, begeleiden bij chronische ziekte of ondersteuning in de palliatieve fase. Soms is het heel praktisch: hoe trek ik zelfstandig mijn sokken aan? Maar ik kijk altijd naar het grotere geheel: is de woning geschikt, hoe is de sociaal-emotionele situatie, is er mantelzorg? Dat maakt het werk afwisselend én betekenisvol.”
Er waren ongetwijfeld ook momenten die je hebben geraakt, of niet?
“In de palliatieve fase begeleidde ik eens een jonge moeder die stervende was. Zij had als wens om haar kinderen zo lang mogelijk naar bed te kunnen brengen. Op een gegeven moment lukte dat fysiek niet meer. Toen hebben we creatief nagedacht: hoe kan het dan toch? We maakten een bed-opstelling naast de hare waar de kinderen konden liggen. Zo kon zij voorlezen en troosten. Papa bracht ze daarna naar hun eigen bed. Dat soort oplossingen, daar zit mijn hart.”
Hoe kijk je aan tegen technologische ontwikkelingen in de zorg?
“Met gemengde gevoelens. Er zijn veel mooie oplossingen: digitale agenda’s, GPS-systemen voor mensen met geheugenproblemen, AI-gestuurde hulpmiddelen. Maar er is ook een keerzijde. Menselijkheid en nabijheid zijn en blijven onmisbaar. Een digitaal consult is soms handig, maar niet voor iedereen. Vooral mensen met dementie of NAH, daar vind ik de fysieke aanwezigheid belangrijk, en dan het liefst bij hun thuis. Daar waar de client handelt. Want dan zie je de echte belemmeringen en mogelijkheden. Technologie mag ondersteunen, maar wat mij betreft nooit vervangen.”
Hoe belangrijk is samenwerken?
“Heel belangrijk. Wij werken met huisartsen, wijkverpleegkundigen, logopedisten, medisch specialisten - je moet elkaar kunnen vinden. Tegenwoordig komt er steeds meer druk op vaste netwerken in de eerste lijn. Dat kan verdiepend werken, maar ook afstompend. Het is balanceren: specialiseren, maar wel open blijven naar andere praktijken. We verwijzen ook regelmatig door als dat beter past bij de cliënt.”
Wat heb je als ondernemer geleerd?
“Creatief zijn en flexibel blijven. En: leer nee zeggen. Aan het begin wil je natuurlijk alles aanpakken, naam maken. Maar je kunt niet het gat in de zorg oplossen in je eentje. Dus moet je keuzes maken: samenwerking zoeken en soms doorverwijzen. Dat is voor mij ook zelfzorg.”
Wat maakt dit werk het leukste?
“De afwisseling, het persoonlijke contact, het zien van vooruitgang bij cliënten. Je komt letterlijk achter de voordeur, ziet hoe mensen leven en functioneren. Elke situatie is anders. En ik kan mezelf zijn in dit werk. Het werk past bij wie ik ben. Als ergotherapeut mag je professioneel nieuwsgierig zijn met een beroepsgeheim op zak. Mooier kan het niet.”
Hoe zie je de toekomst van ergotherapie in Nederland voor je?
“Hoopvol, maar ook uitdagend. De vergrijzing neemt toe, mensen blijven langer thuis wonen. We zullen creatiever en efficiënter moeten werken. Zorgtechnologie wordt belangrijk, maar het vak blijft mensenwerk. En we moeten blijven samenwerken en zichtbaar worden.”
Tot slot: met wie zou je zelf aan de keukentafel willen zitten?
“Ik zou graag met de minister van Volksgezondheid aan tafel gaan. Om het echte verhaal uit de wijk te delen, de vertaalslag van beleid naar praktijk te bespreken en om te laten zien wat er speelt en waar kansen liggen. En Ik wil ook nog eens met opa aan tafel zitten. Hij leeft niet meer, maar heeft mijn afstuderen meegemaakt en was enorm geïnteresseerd in mijn vak. Ik heb hem zelf nog een beetje mogen helpen in zijn laatste levensfase. Ik zou hem graag vertellen hoe het vak zich ontwikkeld heeft.”
Paspoort
Naam: Jacolien de Haan
Leeftijd: 39 jaar
Bedrijf: De Haan Ergotherapie
Gevestigd: Bergen op Zoom en Tholen
Kinderen: Marit (13) en Teun (10)
Hobby’s: Actief bezig zijn, natuur, tijd doorbrengen met vriendinnen, bezig zijn met mijn kinderen en een goed boek lezen




