
Aan de keukentafel met Jolanda van Dijke: ‘Ik ben geboren in het stoffeerdersvak’
Door: Olaf Knook RubriekSINT-MAARTENSDIJK - Ondernemers zijn vaak dag en nacht bezig met hun onderneming. Maar wat drijft hen? Wat is hun motivatie? En waar liggen zij ‘s nachts van wakker? In ‘Aan de keukentafel met...’ gaan we met hen in gesprek en gaan we op zoek naar het bijzondere verhaal dat zij te vertellen hebben. Deze week: Jolanda van Dijke van Meubelstoffeerderij Jolanda van Dijke in Sint-Maartensdijk.
Jolanda, leg eens uit. Hoe ben jij in het stoffeerdersvak beland?
“Ik ben eigenlijk geboren in het vak. Mijn opa stoffeerde al tijdens de oorlog en mijn ouders daarna ook. Dus ik zat van kleins af aan al tussen het schuimrubber en de stoffeerdersnaalden. In Rotterdam, waar ik ben opgegroeid, was ik al bezig met kleine klusjes. Mijn eigen kussentjes repareren bijvoorbeeld. Ik heb eigenlijk nooit iets anders gedaan. Na het afronden van school ben ik vanaf mijn zestiende meteen aan de slag gegaan in het familiebedrijf. Eerst bij opa, daarna bij mijn ouders.”
Heb je er ook een opleiding voor gevolgd?
“Ja, ik heb op de stoffeerdersschool gezeten in Rotterdam en Gouda. En toen moest je ook nog een ondernemersdiploma halen. Nu hoeft dat niet meer, maar toen moest je echt laten zien dat je wist wat je deed.”
Had je al jong het idee om zelfstandig ondernemer te worden?
“Eigenlijk wel. Ik wilde altijd graag voor mezelf beginnen. Zelf beslissen, zelf de koers bepalen. Toen mijn ouders in 1992 een vestiging in Bergen op Zoom begonnen, ben ik daar gaan werken. In 1994 heb ik die zaak overgenomen en ben ik echt voor mezelf begonnen. Ik heb nooit de ambitie gehad om voor een baas te werken. Dat heeft me ook nooit getrokken.”
En hoe ben je uiteindelijk in Sint-Maartensdijk terechtgekomen?
“Na Rotterdam woonde ik in Dinteloord. De zaak zat toen aan het Vierkantje in Bergen op Zoom, maar vanwege de steeds slechter wordende bereikbaarheid is die verhuisd naar Steenbergen. Daarna ben ik zelf van Dinteloord naar Sint-Maartensdijk verhuisd, ongeveer 25 jaar geleden. Ik heb aangebouwd en daar is het atelier ontstaan. Het atelier bestaat hier nu al zeker vijftien, zestien jaar, misschien nog wel langer. Ik ben de tel kwijtgeraakt.”
Bij stofferen kun je je in van alles specialiseren. Waar ligt jouw focus?
“De nadruk ligt toch echt wel op botenkussens. Voor sloepen, jachten, motorboten. Alles wat drijft eigenlijk. Maar ik doe ook meubels, zoals stoelen, banken en matrassen. Vooral als het om afwijkende maten gaat, waar mensen nergens anders terechtkunnen. Vroeger deed ik vooral thuismeubilair en caravankussens, maar het is langzaam uitgegroeid naar grotere boten en luxere projecten. Ik sta soms op superdure jachten.”
Wat maakt die luxe jachten zo bijzonder?
“Het zijn vaak luxere stoffen, complexere vormen en de afwerking ligt hoger. Sommige jachten zijn een miljoen waard, dan wil je dat het er perfect uitziet. Het is bijzonder als je daarna het eindresultaat aan boord ziet. Dan denk je toch: ja, dat heb ik toch maar mooi gemaakt.”
Werk je alleen of met anderen?
“Ik werk samen met mijn partner Jan. Ik doe het stoffeerwerk met de machine en hij doet het voorbereidende werk: demonteren, meten, in elkaar zetten. En samen bezoeken we de klanten. We vullen elkaar goed aan. Het is echt teamwerk.”
Komen mensen ook naar jou toe?
“Veel klanten komen hierheen, maar voor boten en caravans moet je vaak ter plekke opmeten en passen. Zeker bij luxe jachten verwachten mensen persoonlijke service. Dan staan we weer in de haven van Sassenheim of ergens aan de andere kant van het land.”
Krijg je weleens klussen binnen die je niet aanneemt?
“Zeker. Hele grote projecten doen we niet meer. Een jacht met drie verdiepingen of 25 matrassen, dat is te veel voor ons tweetjes. Als het net iets groter is dan normaal, zoals een grote bank, dan lukt het vaak nog wel.”
Wat zijn lastige onderdelen van het vak?
“Soms lukt iets gewoon niet meteen. Dan leg ik het weg en de volgende dag zie ik ineens de oplossing. Je wordt daar vindingrijk in door de jaren heen. En soms zit iets helemaal vast, verroest of gescheurd. Dan moet je zelf uitzoeken hoe je het tóch netjes krijgt.”
Wat voor schade zie je het meest terug?
“Bij meubels is het vaak slijtage: de stof en de vulling zijn versleten. Bij boten is het meestal vocht of schimmel. En soms zit er gewoon houtrot onder de bekleding. Dan moet je eerst een halve boot repareren voor je kunt stofferen.”
Heb je zelf ook een boot?
“Nee, nooit gehad ook. Ik heb er gewoon geen tijd voor. En een boot is vooral veel werk. Misschien ooit een campertje, dat lijkt me nog wel wat.”
Wat maakt stofferen voor jou bijzonder?
“Het mooiste is om iets wat echt kapot of versleten is, weer helemaal op te knappen. Als je een bank of kussen binnenkrijgt dat er niet uitziet, en je maakt er weer iets moois van. Dat geeft echt voldoening. En als klanten dan blij zijn met het resultaat, ja, dan weet je waarvoor je het doet. Het is ook een uitstervend beroep. Veel vakgenoten zijn gestopt of verouderd en er komt weinig nieuw talent bij. Het is ook zwaar werk. Je moet klimmen, sjouwen, meten en alles zelf vervoeren. Het is intensief, en daar haken veel mensen op af.”
Zijn er projecten die je altijd bijblijven?
“Dat zijn er veel. Van gigantische jachten tot een stoeltje van oma dat mee moet naar een bruiloft. Of een oude kuip die volledig uit elkaar lag en die we toch hebben weten te redden. Dat persoonlijke maakt het werk extra bijzonder. Je maakt iets wat echt waarde heeft voor mensen.”
Hoe houd je werk en privé in balans?
“Vroeger werkte ik ook op zondag en tot ’s avonds laat, omdat je jong bent en ambitieus. Nu doe ik dat niet meer. Het weekend is meestal vrij en we plannen vaker vakanties. Genieten staat nu hoger op de agenda dan werken.”
Denk je al aan stoppen?
“Ik ben 61, dus natuurlijk denk je daar wel eens over na. Het is zwaar werk, fysiek gezien. Maar stoppen? Nee, dat zie ik nog niet zitten. Misschien wat minder werken, maar ik vind het nog te leuk om ermee op te houden.”
Speelt familie nog steeds een rol in jouw werkbeleving?
“Ja, heel sterk. Mijn opa en vader zijn er niet meer, maar ik voel nog steeds dat ik in hun voetsporen treed. Mijn vader wist wel waar ik stond, maar mijn opa heeft nooit gezien wat ik nu doe. Dat had ik hem graag willen laten zien. Hij zou versteld hebben gestaan van hoe het vak veranderd is. Hij zei vroeger weleens: ‘Kind, die klus nam ik nooit aan.’ Maar ja, je moet met je tijd mee. Pa deed alweer meer dan opa en ik doe nu weer meer dan pa.”
Tot slot: met wie zou je zelf aan de keukentafel willen zitten?
“Met mijn opa. Hij is het vak begonnen, maakte bedden tijdens de oorlog. Hij heeft nooit gezien waar ik nu sta. Ik zou hem echt willen laten zien wat ik bereikt heb. Het is tenslotte zijn nalatenschap die ik voortzet. Dat zou me echt raken, ja.”
Paspoort
Naam: Jolanda van Dijke
Leeftijd: 61 jaar
Woonplaats: Sint-Maartensdijk
Bedrijf: Meubelstoffeerderij Jolanda van Dijke
Burgerlijke staat: Samenwonend met Jan
Hobby’s: Spelen met hulphond Louis en op vakantie gaan




