
Meekrap, het rode goud dat niet alleen welvaart naar Sint-Annaland bracht
Door: Olaf Knook RubriekSINT-ANNALAND - Meekrap was eeuwenlang het meest winstgevende product van de Stallandse landbouw. In een meestoof werd de meekrap verwerkt tot rode kleurstof voor de textielindustrie. Aan het einde van de negentiende eeuw stortte de meekrapnijverheid in en verdween het gewas bijna helemaal uit de gemeente.
Sint-Annaland is van oudsher een agrarisch gebied, waarin de teelt en verwerking van meekrap lange tijd een belangrijk middel van bestaan vormden. De plant, in de 16e eeuw ook wel roodte genoemd, draagt de Latijnse naam Rubia tinctorum, wat ‘het rood der ververs’ betekent. De wortels bevatten de rode kleurstof alizarine, gebruikt voor het verven van wol, katoen, zijde en leer. Meekrapplanten groeien twee tot drie jaar voordat ze geoogst worden en vragen daarom veel arbeid en mest.
Meestoven
Meekrap werd al in de middeleeuwen in Stalland verbouwd, maar vanaf 1660 nam de teelt sterk toe. Door teruglopende graanopbrengsten schakelden veel boeren over op dit waardevolle gewas. Rond 1850 bereikte de Zeeuwse teelt haar hoogtepunt. Eeuwenlang was meekrap de meest geliefde rode kleurstof, want geen andere plantaardige bron leverde dezelfde diepe, warme tint. Daarnaast werd de plant ook in de geneeskunde gebruikt.
De wortels werden in meestoven gedroogd en tot poeder verwerkt. De schuur bestond meestal uit vier zolders, waarbij onderin een vuur brandde. De wortels zakten gedurende drie dagen verdieping voor verdieping omlaag. Op de onderste zolder werd het materiaal gedorst, gezeefd, uitgespreid op droogkanalen en gestampt of gemalen tot poeder. Dit werd in drie kwaliteiten verdeeld: fijn geel poeder was het duurst, donkerrood het goedkoopst. De oudste verwijzingen naar de teelt en verwerking van meekrap op Tholen dateren uit de 14e eeuw. Vrijwel ieder dorp had zijn eigen meestoof; in totaal telde het eiland er negentien.
Gastarbeiders
De teelt van meekrap vereiste gespecialiseerde arbeid. Tholenaren, vooral uit Sint-Annaland, stonden bekend om hun deskundigheid en vaardigheden. Jaarlijks vertrokken meer dan 500 inwoners naar meestoven in Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Holland om te werken als drogers, stampers en drijvers. Gezinnen gingen in september weg en keerden in april of mei terug. Het werk werd betaald naar verwerkte hoeveelheid.
De werkdagen werden soms onderbroken voor een alcoholische versnapering. Jongelui kwamen dan nieuwsgierig kijken en zongen een plagerig liedje. In Stalland klonk dat bijvoorbeeld als: Groôte botter, verroeste spae / Lae je klauwen wat gauwer gae. De arbeiders lieten hun werk dan liggen en zetten de achtervolging in op de zanger die, als het goed was, brandewijn en glaasjes bij zich had.
De meekrap werd in de waag van Zierikzee gekeurd en vanuit Zeeland naar Rotterdam geëxporteerd, waarna het naar heel Europa ging. De grootste vaten wogen soms 500 kilo en brachten een klein kapitaal op. Het succes van Sint-Annaland stond niet op zichzelf; er bestond een netwerk met andere meekrapstreken voor uitwisseling van kennis, zaden en technieken. Ververs en textielfabrikanten uit Antwerpen en Middelburg kochten de roodkleurige poeder voor kleding, tapijten en uniformen.
Neergang van de meekrapnijverheid
In 1826 kwam de teelt onder druk door garancine, een verbeterd meekrappreparaat. Na afschaffing van regelgeving in 1845 verschenen nieuwe fabrieken in Zeeland. In 1868 maakte de ontdekking van synthetische rode kleurstoffen de arbeidsintensieve teelt overbodig. De Hersteller was de laatste operationele meestoof op het eiland. Het pand van De Eensgezindheid, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog dienst deed als onderkomen voor Belgische vluchtelingen, werd in 1916 als laatste meestoof gesloopt.
Begin 21e eeuw kreeg meekrap opnieuw aandacht. Boeren probeerden het gewas te kweken, omdat ontwerpers en modehuizen interesse toonden in natuurlijke kleurstoffen. Zo ontwierp Jan Taminiau een meekraproze jurk voor koningin Máxima, gedragen tijdens Prinsjesdag 2009 en een bezoek aan Oman in 2012. De kleurstof werd geleverd door Rubia Pigmenta Naturalia uit Steenbergen en de meekrapwortel kwam van Thoolse bodem. Een foto van deze jurk is te bewonderen in Streekmuseum De Meestoof.
Tegenwoordig herinneren straatnamen en gebouwen op Tholen nog aan de historische meekrapteelt. In Sint-Annaland vind je uiteraard Streekmuseum De Meestoof, maar ook de Stoofweg. Iets verderop in Stavenisse ligt de Stoofdijk, in Poortvliet de Stoofhof en in Tholen de Stoofstraat.
550 jaar Sint-Annaland
Dit artikel maakt onderdeel uit van de jubileumbijlage 550 jaar Sint-Annaland. Dit is een uitgave van Uitgeverij de Bode in samenwerking met Dorpsgemeenschap Sint-Annaland. Meer weten? Lees hier de bijlage met lokale verhalen en de kalender voor komend jaar.




