
Weetjes van de Wal door de Brabantse Veldganger
Door: José van der Wegen RubriekIk kom deze week graag nog even terug op het onderwerp van vorige keer, namelijk rust- en herstellingsoord Dennenheuvel. Terwijl ik dit schrijf, ligt voor mijn neus de heuse Dennenheuvel-bode. Hij komt uit november 1953 en het voorblad vermeldt bloedserieus dat er een oplage was van 14.000 stuks(!). Je zou denken, hoeveel heeft Dennenheuvel nu eigenlijk te melden? Een hele berg kennelijk, want deze Bode kwam ook nog eens maandelijks uit.
In 1953 was de helende werking van onze Wal bij dusdanig veel doktoren bekend dat de toestroom van gekwetste en/of vermoeide zielen het herstellingsoord tot een flinke uitbreiding dwong. De editie van november 1953 staat geheel in het teken daarvan. De opening van de uitbreiding is een hele happening met allerlei hoge heren van bedrijven, wiens werknemers de patiënten vormen van dit oord, hoe ironisch. Eveneens ironisch, is dat de ceremoniële handeling wordt verricht door niemand minder dan de oud-directeur van de Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij, een van de voorlopers van Shell. Zijn bedrijfsvoering en de mooie, schone natuur waar Dennenheuvel van afhankelijk is, lijkt op het eerste zicht niet direct een logische combinatie. Maar betalen doen ze wel en dus komt er een mooie gedenkplaat en mag er een lintje geknipt. En geld was nodig, omdat voorgaande winter zowat al het Nederlandse liefdadigsheidsgeld was opgegaan aan de watersnoodramp. Alsof het een aflevering van ‘Ik Vertrek’ was bleken de bouwkosten ook nog eens aanzienlijk hoger te liggen dan begroot, de originele pot van 100.000 gulden, bleek 80.000 gulden te weinig. Lang verhaal kort, het kwam goed, ook al deed de uitbouw qua uitstraling het originele pand geen eer aan. Wel kon er een dozijn extra patiënten opgevangen worden en konden zij vanaf dat moment biljarten met blik op de Brabantse Wal. De rest van de editie is vooral besteed aan het werven van meer donaties, opvallend genoeg is financiële malaise de uiteindelijke reden van sluiten in 1995. Daarna hebben verschillende ‘gekwetste zielen’ zichzelf vooral het recht gegeven hier nog onderdak te zoeken en de plek werd berucht in plaats van beroemd. In 2010 heeft het gebouw een afspraak met de sloopkogel, verschillende initiatieven om het herstellingsoord te eren in nieuwe functies voor het gebied zijn helaas nooit van de grond gekomen.
Dit was het weer!
Tot de volgende keer.
Met groet,
De Brabantse Veldganger




