Kees Koenen met enkele onderscheidingen aan de keukentafel.
Kees Koenen met enkele onderscheidingen aan de keukentafel. Foto: Corné Luijken

Paardenploeger Kees Koenen droomt van een wereldkampioenschap

Door: Corné Luijken Algemeen

SPRUNDEL - Op de kast bij Kees Koenen staat weer een nieuwe beker. Uit Leusden deze keer: van een paardenploegwedstrijd die hij al vaker heeft gewonnen. In zijn garage staan naar schatting honderdvijftig bekers. Aan erkenning geen gebrek. Toch is er nog één die ontbreekt. De paardenploeger uit Sprundel wil wereldkampioen worden.

Drieënzeventig, staat er op zijn teller. Maar de ambitie is er niet minder om. Hij staat elke ochtend om vijf uur op. Dat doet hij al zijn hele leven. Eerst eten, dan het nieuws, dan de paarden. Kees doet sinds 1996 mee aan wedstrijden. De eerste keer werd hij elfde. Daarna kwam hij bijna nooit meer buiten de top drie. Hij zegt het haast verontschuldigend.

De deur naar het wereldkampioenschap staat nog op een kier. Nederland organiseert in 2028 een wereldkampioenschap ploegen, vooralsnog alleen voor tractoren. Kees wil erbij zijn, met paard. Of dat gaat lukken, is nog de vraag. Dichter bij huis liep het dit jaar al mis: het Nederlands kampioenschap ging niet door. Het sneuvelde twee keer, de eerste keer op te natte grond, de tweede keer op een lege deelnemerslijst.

Minder ploegers
Er zijn steeds minder mensen die de sport beheersen. Toen Kees jaren geleden voorzitter was van Sint-Isidorus, organiseerde de vereniging een wedstrijd met vijftig ploegers. Minstens tien daarvan kwamen uit Sprundel zelf. Van die groep is hij een van de weinigen die zijn overgebleven.

De redenen lopen uiteen, maar leeftijd is de belangrijkste. Wie stopt, stopt vaak voorgoed.

Toch krijgt de sport af en toe nieuw bloed, en daar helpt Koenen zelf aan mee. Een vrouw uit Ede, net begonnen met een tweespan, belt hem geregeld op met vragen. Hij legde haar vorige week nog uit hoe ze recht moet aansturen op de eerste voor. Ze won er inmiddels een wedstrijd mee en werd een andere keer tweede.

Ook op een andere manier trekt de sport nog mensen. Op een wedstrijd in België stond ooit een jongetje van een jaar of drie aan de kant te kijken, mutsje op, ogen groot. Kees vroeg de vader of de kleine mee mocht lopen. Dat mocht, en zo liep er die middag een peuter achter de ploeg aan. Het jongetje is inmiddels vijf. De foto van dat moment verschijnt in december in een boek.

De sport vraagt veel tijd
Achter zo’n moment gaat een hoop onzichtbaar werk schuil. De sport vraagt vooral tijd, en dat begint bij het opleiden en trainen van de paarden zelf. Fien is vier jaar oud. Koenen bezoekt haar elke dag, maar geploegd heeft ze nog maar één keer. Hij traint haar alleen, ook al is het beter om met zijn tweeën te zijn. „Het dier kan zomaar omdraaien, er kan altijd iets gebeuren.”

Lin is zijn metgezel tijdens wedstrijden. Negentien is ze, en nog altijd zijn sterkste in het geerploegen. Ze kan nog zeker vijf jaar op topniveau presteren, meent Kees. De band die ze samen hebben, is hecht.

Wat je nodig hebt voor dit vak, zegt Koenen: een paard, een ploeg, een plek. En tijd, vooral tijd. Aan de eerste drie ontbreekt het hem niet. Het is de laatste die opraakt.

Toch staat hij morgen weer om vijf uur op. Lin hoort hem aankomen voordat hij de wei bereikt heeft, en komt aangelopen. Zo simpel is het, voorlopig nog.

De hobby vereist een hoop materieel.
Nog meer bekers in de garage.


Blijf op de hoogte van het lokale nieuws uit jouw regio met onze dagelijkse nieuwsbrief