
‘Verhaal van de koloniën’ nog tot 25 augustus te zien
Sport en VerenigingZUNDERT - In het begin van de 19 eeuw ontstond in het Koninkrijk der Nederlander,( België bestond nog niet) de bestrijding van armoede in Koloniën van Weldadigheid. Bij een tentoonstelling en in zijn boek ‘De Koloniën van Weldadigheid in de Noorderkempen’ vertelt Willy Schalk zeer gepassioneerd hierover in Museum de Weeghreyse.
Armoede en de bestrijding hiervan loopt als een rode draad door het boek en de expositie. Een derde van de bevolking was in begin 19de eeuw arm en afhankelijk van hulp van anderen. De Maatschappij van Weldadigheid werd in 1818 opgericht door Johannes van den Bosch onder voorzitterschap van prins Frederik, de tweede zoon van koning Willem. Koloniën ontstonden om armoede en luiheid te bestrijden; arme gezinnen, weeskinderen, landlopers en bedelaars werden hier naar toe gestuurd. Door de leefomstandigheden waarin mensen leefden te verbeteren, hun zinvol werk te geven en onderwijs, zou veel veranderen en hadden zij uitzicht om als goede burger terug te keren in de maatschappij. De eerste kolonie in de Noordelijke Nederlanden werd gebouwd in Drenthe in Frederiksoord. Omdat transport van kolonisten van uit het zuiden naar het verre noorden niet vanzelfsprekend was, worden er ook in de Zuidelijke Nederlanden, Wortel en Merksplas koloniën gesticht: Totaal waren er 7 koloniën; vier vrije koloniën: Frederiksoord, Wilhelminaoord, Willemsoord, Wortel en drie onvrije koloniën Ommerschans, Veenhuizen en Merksplas. In de kolonies werden bescheiden boerderijtjes gebouwd voor 8 personen. Het getal is op acht bepaald omdat men er van uitging dat acht personen de arbeid op het perceel grond 3,5 ha bij de woning aan kunnen. Indien een verpauperd gezin niet uit acht personen bestond werden er wezen, vondelingen of alleenstaanden bijgeplaatst. Bij hun woning kregen de gezinnen naast het perceel grond materialen om grond te bewerken, meubels, twee koeien, enkele schapen, huisraad en kledij voor alle doeleinden. Het was de bedoeling dat ze zelfstandig werkten en met de verdiensten van hun arbeid de investering die de Maatschappij voor hun deed, terugbetaalden om daarna uit de Kolonie te vertrekken, of men kon ook vrij verder blijven werken in de kolonie. Voor vrouwen, kinderen was er lichtere arbeid zoals het spinnen van wol en het aanleren van weven. Wanneer een kolonist onvoldoende ijver aan de dag legde of zich misdroeg kon men hem naar een onvrije kolonie verplaatsen waar een strenger regime heerste. Bij zeer slecht gedrag, moordpogingen gericht tegen werkleiders, brandstichting, ernstige beschadigingen aan materialen, onruststokers, vechtpartijen, diefstal, bezit van wapens, werkverzuim of dronkenschap werd bestraft met opsluiting in de gevangenis. Vier Koloniën zijn erkend als Unesco Werelderfgoed
Expositie van een boeiende geschiedenis van 29 juni t/m 25 augustus in museum de Weeghreyse Markt 23 (naast Rabo) Zundert. Geopend zaterdag en zondag van 13.00 tot 17.00 uur en op afspraak.




