François Broermann aan de keukentafel in zijn geliefde camper.
François Broermann aan de keukentafel in zijn geliefde camper. Foto: Wies van Erp
AAN DE KEUKENTAFEL

Aan de keukentafel met François Broermann: ‘De paniek is uit de markt verdwenen’

Door: Wies van Erp Rubriek

HALDERBERGE/ROOSENDAAL - Ondernemers zijn vaak dag en nacht bezig met hun onderneming. Maar wat drijft hen? Wat is hun motivatie? En waar liggen zij ‘s nachts van wakker? In ‘Aan de keukentafel met...’ gaan we met hen in gesprek en gaan we op zoek naar het bijzondere verhaal dat zij te vertellen hebben. Deze week: François Broermann van Scoofie.

Hoe is Scoofie begonnen, inmiddels alweer bijna veertien jaar geleden?

“Scoofie is opgericht in 2012, samen met mijn compagnon Ronald. Hij zat toen in een sabbatical en maakte een wereldreis, waarbij het hem in China opviel hoe ver ze daar al waren met de elektrische mobiliteit. Tegelijkertijd was ik zelf werkzaam bij een grote autodealer rond Rotterdam, al had ik eerder ook als zelfstandig ondernemer gewerkt. Die ondernemersdrang begon weer te kriebelen. Toen Ronald terugkwam, zijn we gaan brainstormen: wat kunnen we hiermee?”

“In eerste instantie dachten we aan elektrische scooters, maar daar kwam al snel ook de elektrische fiets bij. Toen we daar dieper in doken, zagen we dat die markt zich nóg sneller zou ontwikkelen. Ons idee was toen: laten we eerst een tweewielerbedrijf beginnen, met zowel elektrische scooters als fietsen, en kijken waar het naartoe gaat. Vandaar onze naam Scoofie, een samensmelting van scooter en fiets.”

In de praktijk merkten jullie dat de elektrische fiets beter aansloeg dan de elektrische scooter. Waar zat hem dat in?

“Dat heeft met verschillende factoren te maken. Allereerst: het gemak van fietsen, in combinatie met elektrificatie, sloeg enorm aan. Zeker bij woon-werkverkeer is het aantrekkelijk: als je twintig kilometer moet fietsen, is dat op een normale fiets toch behoorlijk zweten, maar met een e-bike is het prima te doen.”

“Bij scooters gebeurde het tegenovergestelde. De verwachting was juist dat elektrische scooters hét zouden worden. Geen lawaai, weinig onderhoud, een ideaal vervoersmiddel voor in de stad. Maar de doelgroep - toen vooral jongeren - vond een elektrische scooter maar saai en zelfs suf. Ze wilden het typische scootergevoel: flink geluid, snelheid, maar dat bood een elektrische scooter niet. Daarbovenop kwamen allerlei regels die de scooter oninteressanter maakten: een verplicht rijbewijs werd ingevoerd, jongeren kozen liever voor een autorijbewijs. Toen kwam ook nog de helmplicht erbij, zelfs voor scooters die maar 25 kilometer per uur reden.”

“En ondertussen ontdekten jongeren de fatbike, die je voor €800 kon kopen op internet, een gashendel erop en gaan. Hartstikke illegaal en bijna niet te controleren, maar wel populair.”

Waarom koos je echt het ondernemerschap boven de aftersales manager bij een groot dealerbedrijf?

“Ik was verantwoordelijk voor alle werkplaatsen van een grote dealergroep in het Rotterdamse gebied. Dus dat was een serieuze functie, met veel personeel - ruim tweehonderd mensen - onder mij. Maar binnen zo’n groot bedrijf miste ik het ondernemende en de vrijheid die het ondernemerschap biedt.”

“Bij zo’n organisatie heb je wel inspraak, maar je loopt altijd tegen afgebakende structuren en hiërarchische besluitvorming aan. Als ondernemer bepaal ik zelf de koers. Als ik een idee heb, kan ik dat meteen uitvoeren. En ja, die vrijheid weegt voor mij heel zwaar. Natuurlijk werk ik misschien nog wel meer uren dan vroeger, maar het voelt anders. Je doet het voor jezelf, in plaats van voor iemand anders. En die betrokkenheid, dat eigenaarschap, maakt een wereld van verschil.”

Je zegt: ik doe het voor mezelf. Dat brengt ook onzekerheid en een grote verantwoordelijkheid met zich mee?

“Vooral de onzekerheid. Wij zitten in een branche die enorm seizoensgevoelig is. Ik zeg weleens: het is net als een ijscowagen. Als de zon schijnt in het voorjaar, dan loopt het fantastisch. Maar regent het drie weken aan een stuk in april en mei? Dan wordt het penibel. Je moet namelijk al je fietsen ruim van tevoren bestellen, die staan dan klaar.”

“In de winter loopt de omzet vrijwel stil. Mensen kopen dan nauwelijks fietsen en laten minder onderhoud doen.” Ondertussen lopen de kosten wel gewoon door: huur, salarissen, alles. Elk jaar vraag je jezelf weer af: komt het goed?

Daar komt bij dat je als ondernemer verantwoordelijk blijft voor alles. Voor klanten, voor je personeel, voor de continuïteit. Je leeft eigenlijk altijd met enige spanning.”

Dat klinkt spannend, maar hoe was dat dan tijdens corona?

“Corona was in eerste instantie écht een stressvolle periode. We moesten tijdelijk dicht, en je weet totaal niet wat er gaat komen. Die eerste periode was pittig, met veel zorgen. Gelukkig waren er regelingen voor personeel, maar zelf stond je als ondernemer grotendeels in de kou.”

“Toch keerde het tij relatief snel. Mensen konden niks: geen vakantie, geen uitjes, geen evenementen. Dus wat gingen ze doen? Wandelen of fietsen. En dat laatste vooral veel. De vraag naar elektrische fietsen schoot echt omhoog. Die eerste maanden na heropening verkochten we bijna alles wat we in de showroom hadden staan.”

“Alleen - en dat is dan weer de andere kant - de nieuw gefabriceerde fietsen kwamen nauwelijks binnen. Grondstoffen waren schaars, fabrieken lagen plat. Dus er werd massaal vooruitbesteld. Maar de daadwerkelijke toeleveringen kwamen pas een jaar later. Toen kregen we ineens enorme voorraden geleverd, precies op het moment dat de hype z’n hoogtepunt had gehad. Dan duwt iedereen de fietsen door het kanaal en staan de marges onder druk. We hebben het gered, maar dat was niet eenvoudig.”

Hoe gaat het nu in de branche? Zijn de stormen een beetje gaan liggen?

“Ja, het is nu weer stabieler. De paniek is uit de markt verdwenen. We zien innovaties ook langzaam maar zeker terugkeren. Een echt groeisegment op dit moment zijn de zogenoemde longtails - fietsen met een verlengde achterkant waarop je twee kinderzitjes achter elkaar kwijt kunt. Die zijn populair bij jonge gezinnen.”

En hoe zit het dan met het personeel? Krijg je die makkelijk gevonden?

“Absoluut niet. Dat is een van de grootste frustraties in deze branche. Er zijn nauwelijks goed opgeleide fietsenmakers, laat staan technici met kennis van elektrische systemen. En dat komt - in mijn ogen - omdat het onderwijs totaal niet aansluit op de vraag uit de markt.”

“Vroeger kon je in bijna elke regio wel een opleiding tot fietsenmaker volgen. Tegenwoordig moet je daarvoor helemaal naar Rotterdam of Den Bosch. Dan haakt de gemiddelde scholier uit West-Brabant af. We krijgen ook nauwelijks sollicitaties. Ik heb eens een vacature uitgezet voor een fietstechnicus. Er kwamen drie reacties binnen. Geen van allen had ervaring.”

“De meeste opleidingen richten zich op wat jongeren denken leuk te vinden, in plaats van waar de werkgelegenheid zit. Dat is een verontrustende trend. In héél veel technische beroepen zie je hetzelfde: het vak wordt niet geleerd, dus verdwijnt langzaam. Terwijl de vraag alleen maar toeneemt.”

Tot slot: met wie zou je zelf aan de keukentafel willen zitten?

“Quincy Jones. Ik ben al mijn hele leven muziekliefhebber en heb vroeger ook als DJ op feesten gestaan. Wat Quincy Jones gemaakt of geproduceerd heeft, vind ik bijna zonder uitzondering goed. Hij heeft zo’n ongelooflijk rijke muzikale carrière. Hij wist altijd precies de juiste toon te raken, letterlijk. Dat talent bewonder ik enorm. En het lijkt me geweldig om met zo iemand te praten over muziek, creativiteit en zijn kijk op de wereld.”

Paspoort
Naam: François Broermann
Leeftijd: 56 jaar
Woonplaats: Roosendaal
Burgerlijke staat: Getrouwd met Anouk
Kinderen: vader van Xavier (24), Tijmen (22) en Benjamin (21)
Hobby’s: Muziek is voor mij nog steeds een groot plezier. Daarnaast houd ik van reizen met de camper, een potje golf, padel, een goede wijn en lekker eten. En die balans - hard werken en bewust genieten - daar draait het denk ik uiteindelijk allemaal om.



Blijf op de hoogte van het lokale nieuws uit jouw regio met onze dagelijkse nieuwsbrief