
Van papier-maché tot Bultepedia, Zevenbergen viert zes keer elf
Door: Yvonne Vermeulen AlgemeenZEVENBERGEN – Wat begon als een initiatief van enkele enthousiaste Zevenbergenaren, groeide uit tot een volksfeest dat niet meer uit het plaatselijke leven is weg te denken. Stichting Carnaval Zevenbergen viert haar 66-jarig bestaan: een jubileum van zes keer elf, het magische carnavalsgetal. Op 21 november komen tijdens een reünie herinneringen en oude bekenden samen. Drie gesprekken, met Ad Karremans, vader en zoon Rien en Jeroen van Sprundel en de nieuwe voorzitter Eddy Spitters, vormen een reis door de tijd.
Een leven lang carnaval
Ad Karremans behoort tot de mannen die het Zevenbergse carnaval mede vorm hebben gegeven. Zijn betrokkenheid begon bij het bouwen van de prinsenwagen voor de eerste prins, Jan Barèl. Later maakte hij deel uit van de Raad van Elf. Als tekenaar en vormgever liet hij overal zijn sporen achter.
Maar liefst 44 jaar ontwierp hij de omslag van De Bult, het officiële carnavalsprogrammaboekje. Ook het bekende carnavalsmonument op de Markt is van zijn hand. Het werd gerealiseerd ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de stichting.
Het monument vertelt zelf een verhaal. De suikerbiet verwijst naar de suikerindustrie, het Knijn naar het carnavalsverleden en het programmaboekje naar de rijke traditie. De gelaagde opbouw symboliseert zowel het vroegere werken met papier-maché als de verschillende lagen van de bevolking waarvoor carnaval bedoeld is.
Karremans herinnert zich vooral de creativiteit waarmee carnavalsvierders elkaar telkens wisten te verrassen. Zoals de spectaculaire aankondiging van de ‘High Flyers’. Samen met Karel Mangnus en Gerard van Leijsen bedacht hij een stunt waarbij een fietser over een kabel tussen de protestantse en katholieke kerktoren zou gaan. Wekenlang werd er reclame gemaakt. Op de bewuste zondag verzamelden zich naar schatting meer dan duizend nieuwsgierigen om het spektakel te aanschouwen.
Ook een aangekondigd klassiek concert in De Schakel werd een onvergetelijke carnavalsgrap. Het publiek verscheen in gala, maar kreeg bij binnenkomst een soort fluitje. Toen het doek openging, zat Lambertje van Riel achter de piano. Het orkest? Dat bleek het publiek zelf te zijn. Met ‘Mien, waar is mijn feestneus?’ veranderde de zaal in één groot fluitconcert.
Voor Karremans gaat het uiteindelijk niet om die afzonderlijke stunts, maar om wat daarachter schuilgaat: mensen die samen bouwen, knippen, plakken, lachen en iets voor elkaar overhebben. Dat is volgens hem de kracht die het carnaval toekomst geeft.
De nar zit in de familie
Een andere mooie illustratie van die verbondenheid vormen Rien en Jeroen van Sprundel, vader en zoon, beiden nar. Rien vervulde deze rol van 1982 tot en met 1992, precies elf jaar. Daarna bleef hij nog jarenlang bestuurlijk actief.
“De nar heeft eigenlijk de meest vrije rol”, vertelt Rien. Terwijl prins en gevolg tijdens officiële gelegenheden hun waardigheid moeten bewaren, mag de nar de boel relativeren en waar nodig de draak steken met de plechtigheden.
Zijn zoon Jeroen, tegenwoordig de nar Jheronimus, heeft zijn vader nooit in die functie meegemaakt. Hij werd pas in 1996 geboren. Toch lijkt het vak hem in het bloed te zitten.
“Ik hoef eigenlijk niets te veranderen aan mijn gedrag. Ik kan gewoon mezelf zijn”, vertelt Jeroen. Niet iedereen is geschikt om keurig in het gelid van de Raad van Elf te lopen. Jeroen ontdekte dat al tijdens een proefavond. Zijn speelse karakter bleek veel beter bij de nar te passen.
Bijzonder is dat de carnavalsgeschiedenis van de familie nog verder teruggaat. Ook de vader van Rien vierde al verkleed carnaval, toen er nog besloten carnavalsbals werden georganiseerd. Daarmee vertegenwoordigen de Van Sprundels eigenlijk drie generaties carnavalsplezier.
Voor de kinderen heeft de nar een bijzondere betekenis. Wanneer Jeroen geschminkt en in zijn opvallende kostuum verschijnt, is hij onmiddellijk een herkenbare figuur. Ook bezoeken aan ouderen en het Grijze Kuifbal laten zien dat carnaval meer omvat dan een optocht of feestavond.
En vader en zoon? Die vinden elkaar nog altijd op het podium. Als het duo ‘De Twee Plinten’ doen ze mee aan het liedjesfestival. “Niet om het beste carnavalslied te maken”, benadrukt Rien, “maar gewoon om iets geks te presenteren.”
Nieuwe voorzitter, nieuwe uitdagingen
Diezelfde instelling herkent Eddy Spitters, sinds dit jaar voorzitter van Stichting Carnaval Zevenbergen. Carnaval loopt als een rode draad door zijn leven. Al op zestienjarige leeftijd was hij actief in Langeweg, waar hij later ook prins werd.
In Zevenbergen verwierf hij bekendheid met Michel van Opstal. Als de komische doktoren Van Epscheuten en Van Gummigalgen presenteerden zij elf keer het Bont Gemaauw. Hun ludieke optredens en verbindende sketches waren jarenlang een geliefd onderdeel van de carnavalsrevue.
Als voorzitter wacht Spitters een andere uitdaging. De vertrouwde feestlocatie Bij Verhoeven is verkocht en krijgt een zorgbestemming. Ook De Borgh staat veranderingen te wachten: de theaterzaal moet op termijn plaatsmaken voor woningbouw. Doordat de benodigde vergunningen op zich laten wachten, kan deze zaal voorlopig toch nog worden gebruikt.
Dat vraagt veel improvisatie. Maar juist daarin schuilt misschien wel de kracht van carnaval: oplossingen zoeken, samenwerken en vooral doorgaan.
Zes keer elf
Op 21 november komen tijdens de jubileumreünie oude en nieuwe carnavalsgeneraties bij elkaar. Er valt heel wat te vertellen, want 66 jaar carnaval betekent duizenden herinneringen.
Wie zich in de geschiedenis wil verdiepen, kan bovendien terecht op Bultepedia.nl, een digitaal carnavalsarchief vol foto’s, namen en verhalen.







