
Grensbepalend gedrag
Door: Wies van Erp RubriekOp de drempel van 72 lentes is het tijd terug te blikken op de minder prettige momenten van het leven. Minder prettig is relatief. Ze hoorden er gewoon bij, brachten duidelijkheid en waren vooral leerzaam.
Voorbeeld: Als Broeder Linus de bel luidde, moesten de klassen van ‘zijn’ lagere school zich in strakke rijen op het schoolplein voor de eigen meester opstellen. Eén voetje buiten de rij en de hele school mocht niet naar binnen. ‘Mijnheer Sieben! Voeten binnen de rij!’ galmde het dan over het plein en met een rood hoofd voldeed je aan het bevel.
In de toen nog herkenbare leslokalen was het regiem al even streng maar rechtvaardig. Bij spieken liet mijnheer Lafort zijn brede liniaal met een enorme klap op je lessenaartje landen. Over een ‘wake up call’ gesproken!
Stugge hardleersheid werd bestraft met een uurtje prullenbak. Dat klinkt onschuldig maar met grote voeten stonden je tenen nog geruime tijd omhoog.
Op de mulo werd het straffen subtieler, maar niet minder effectief. Meneer Van Ginneken alias ‘De Peuk’, had een ongeëvenaarde humor waarmee hij zijn saaie vak boekhouden verteerbaar maakte. Om de kennis te testen riep hij een willekeurige leerling voor de klas en stelde een vraag. Je bleef daar staan tot je met het juiste antwoord kwam. Intussen doodde hij de tijd met het oprollen van zijn stropdas tot onder zijn neus, klemde hem daar vast en liet hem vervolgens uitrollen over zijn buik. ‘Wit-tùt-al?’ vroeg hij af en toe en liet je zo rustig een kwartier staan.
Bij De Graaf (wiskunde) kon ik wel een potje breken. Hij was actief binnen mijn voetbalclub en gaf mij af en toe een sigaret zodat we samen achter in de klas konden roken. Een gênant voorrecht.
Allemaal grensoverschrijdend gedrag? Vast wel, maar ik had het soms nodig.




