De helft van de gezinnen met statushouders hadden nog geen jaar lang een verblijfsvergunning.
De helft van de gezinnen met statushouders hadden nog geen jaar lang een verblijfsvergunning. Foto: COA

In Zeeland gingen 160 huizen naar gezinnen met statushouders

Door: Olaf Knook Algemeen

THOLEN - In Zeeland gingen in 2021 ongeveer 160 huizen van woningcorporaties naar gezinnen met statushouders. Dit komt neer op 6,6 procent van alle vrijgekomen woningen in deze regio. Dat is iets meer dan het landelijk gemiddelde. De overige 2.310 huizen gingen naar huishoudens zonder statushouders, zoals vermeld in een recent rapport van het CBS. 

In totaal kwamen in Zeeland (exclusief Zeeuwsch-Vlaanderen) 2.480 huizen van woningcorporaties beschikbaar. Van deze huizen werden er 160 toegewezen aan gezinnen met statushouders. Ongeveer de helft van die woningen ging naar statushouders die minder dan één jaar een verblijfsvergunning hadden of in een opvanglocatie verbleven. De andere helft werd toegewezen aan statushouders die al langer dan een jaar een verblijfsvergunning hadden en niet in een opvanglocatie verbleven.

Verschillen per regio

In 2021 varieerde het percentage woningen van woningcorporaties dat werd toegewezen aan huishoudens met statushouders per regio. In de regio’s Alkmaar en omgeving, Midden-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen kreeg een relatief hoog aantal vrijgekomen woningen (8 procent) nieuwe bewoners die statushouders waren. In Delft en Westland was dit percentage het laagst, namelijk 4 procent, gevolgd door Delfzijl en omgeving met 2 procent.

Voor huishoudens met statushouders die minder dan een jaar een verblijfsstatus hadden of op 1 januari nog in een opvanglocatie van het COA verbleven, varieerde het toegewezen percentage tussen 1 procent (Delfzijl en omgeving) en 5 procent (Midden-Limburg).

Samenstelling van de gezinnen

Bij gezinnen met statushouders die naar een woning van een woningcorporatie verhuisden, bestond vaker een gezin met kinderen in vergelijking met huishoudens zonder statushouders (32 en 7 procent). Huishoudens zonder statushouder die verhuisden naar een woning van een woningcorporatie waren daarentegen vaker eenpersoonshuishoudens, eenoudergezinnen of stellen zonder kinderen.

Van de gezinnen met kinderen die naar een woning van een woningcorporatie verhuisden, was 21 procent een gezin met een statushouder. Hierbij kwam meer dan twee derde uit een COA-locatie of had minder dan een jaar geleden een verblijfsstatus gekregen.

Van de eenpersoonshuishoudens en eenoudergezinnen die naar een woning van een woningcorporatie verhuisden, was minder dan 5 procent (ruim 5 duizend eenpersoonshuishoudens en ruim duizend eenoudergezinnen) een huishouden met een statushouder. Bij stellen zonder kinderen die naar woningen van woningcorporaties verhuisden, was dit 3 procent.



Blijf op de hoogte van het lokale nieuws uit jouw regio met onze dagelijkse nieuwsbrief