
Lintje voor Josien (75) uit Smerdiek: ‘Doe bijna alles samen met mijn man Arie’
Door: Olaf Knook AlgemeenSINT-MAARTENSDIJK - Op vrijdag 25 april vond de jaarlijkse lintjesregen plaats. De komende periode zetten we de gedecoreerden in onze gemeente in het zonnetje. Deze week als eerste aandacht voor de 75-jarige Josien van de Ree-Geuze uit Sint-Maartensdijk, benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.
Josien werd geboren in Oud-Vossemeer en groeide daar op met een broer en een zus. Na de ULO-school startte zij haar loopbaan bij lingerieproducent Timpa in Tholen, waar ze maar liefst 38 jaar werkzaam was in diverse administratieve functies. “Ik deed van alles: loonadministratie, personeelszaken, receptie, noem maar op. Ik heb daar altijd met veel plezier gewerkt”, vertelt Josien. In 1970 trouwde ze met Arie en verhuisde naar Sint-Maartensdijk.
Het vrijwilligerswerk begon eveneens in 1970, toen Josien zich aansloot bij muziekvereniging Euterpe, waar haar man al actief was. “Dat ging een beetje vanzelf”, zegt ze lachend. “Arie zat in het bestuur, en voor je het weet sta je slaatjes te maken voor de rommelmarkt of saté klaar te maken bij de barbecue.” Nog steeds helpt ze jaarlijks bij de oliebollenactie, rommelmarkten, kaartverkoop en andere evenementen van de vereniging.
Ook binnen de Hervormde Gemeente Rehoboth is Josien een bekend gezicht. Zij maakt onderdeel uit van schoonmaak- en koffieschenkroosters, verzorgt de verspreiding van het kerkblad en was jarenlang actief bij het kerkkoor - als lid, bestuurslid, penningmeester én voorzitter. “Mijn man zat in de kerkenraad, en dan groei je er vanzelf in.”
Lees verder onder de foto.
![]()
Josien en haar man Arie doen bijna alles samen - Foto: Rien Burgers
Mantelzorger
Opvallend is ook haar betrokkenheid bij woonzorgcentrum Maartenshof, waar zij sinds 2006 - op papier sinds 2014 - als vrijwilliger werkt. Wat begon met het schenken van koffie groeide uit tot een reeks aan activiteiten, van frietdagen en bingo-avonden tot kerstdiners en koningsdagfeesten. “Bij Maartenshof doen we zoveel leuke dingen met de bewoners. Samen met een groep vrijwilligers proberen we het gezellig te maken. En dan is het fijn als mensen zeggen hoe gezellig ze het vonden. Daar doe je het voor.”
Josien en haar man zijn een ijzersterk duo in het vrijwilligerswerk. Arie kreeg in 2018 een lintje. “We doen veel samen. Bijna overal waar ik ga helpen, is Arie ook”, vertelt ze. “Hij bakt frietjes of oliebollen, en ik zorg voor koffie of help bij de verkoop.” De samenwerking komt ook voort uit een gedeelde overtuiging: iets willen betekenen voor anderen.
Naast haar vrijwillige inzet, speelde Josien jarenlang een belangrijke rol als mantelzorger. “Mijn moeder overleed al in 1986. Daarna zorgden mijn zus en ik voor onze vader tot zijn overlijden in 2013. Ook voor mijn schoonouders en Arie zijn grootouders heb ik het nodige gedaan, van het beheren van administratie tot het uitdelen van medicatie.” Deze zorgzaamheid is haar niet vreemd - ook haar ouders waren actief in de kerk en zetten zich in voor hun omgeving.
Lees verder onder de foto.
![]()
Josien zag het lintje niet aankomen - Foto: Rien Burgers
Muziekvereniging
Het lintje kwam voor Josien als een complete verrassing. Op de bewuste vrijdagochtend had haar man haar gevraagd ‘iets netters aan te trekken’. “Ik dacht nog: wat gaat er nou op me afkomen?”, zegt ze lachend. Toen ze arriveerde bij Maartenshof stond daar haar familie, vrienden, collega-vrijwilligers én de burgemeester haar op te wachten. “Ik wist écht van niets. Toen ik al die mensen zag... Zelfs de muziekvereniging was er en dat vond ik heel bijzonder. Dat vergeet ik nooit meer.”
Dat haar man Arie het allemaal in het diepste geheim had geregeld, ontroert haar. “Hij moest zijn best doen om het te plannen zonder dat ik het merkte, omdat we zoveel samen doen. Dan hoor ik achteraf hoe iemand hier over de vloer zijn geweest terwijl ik even weg was. En ik heb niks gemerkt!”
Hoewel de Koninklijke onderscheiding op haar naam staat, benadrukt Josien dat ze het niet alleen doet. “Er zijn veel mensen die zich inzetten in onze gemeente. Zonder hen zou dit werk niet bestaan. Deze onderscheiding is ook een beetje voor hen. Ik vind het fijn dat het gewaardeerd wordt, maar ik doe het vooral omdat het nodig is. En zolang ik gezond ben, ga ik ermee door.”




