Aan de keukentafel met Benjamin de Bruin (24) van Fyesta en De IJskar.
Aan de keukentafel met Benjamin de Bruin (24) van Fyesta en De IJskar. Foto: Sanne Brusselaars
AAN DE KEUKENTAFEL

Aan de keukentafel met Benjamin de Bruin: ‘Ik had geen plan, alleen het idee dat ik het zelf wilde doen’

Door: Sanne Brusselaars Rubriek

BERGEN OP ZOOM - Ondernemers zijn vaak dag en nacht bezig met hun onderneming. Maar wat drijft hen? Wat is hun motivatie? En waar liggen zij ‘s nachts van wakker? In ‘Aan de keukentafel met...’ gaan we met hen in gesprek en gaan we op zoek naar het bijzondere verhaal dat zij te vertellen hebben. Deze week: Benjamin de Bruin van Fyesta en De IJskar.

Wanneer begon voor jou het idee om te gaan ondernemen?

“Dat was in mijn examenjaar op de havo. Ik zat in havo 5 en wist dat er een lange zomervakantie aankwam. De meeste mensen gaan dan een bijbaantje zoeken, maar bij mij begon het te kriebelen. Ik dacht: ik kan gaan werken voor iemand anders, maar ik kan ook iets voor mezelf proberen. In de winter daarvoor was ik daar al mee bezig. Ik wilde iets doen dat echt van mij was, iets waar ik zelf verantwoordelijkheid voor droeg.”

Dat klinkt niet alsof er al een uitgewerkt plan lag.

“Nee, helemaal niet. Het was juist heel open. Ik wist alleen dat het iets zomers moest zijn. Ik ben gaan zoeken op internet, gewoon heel praktisch: jonge ondernemers, zomerideeën. Toen kwam ik voorbeelden tegen van jongeren die met een bakfiets ijs verkochten. Dat sprak me meteen aan, omdat het laagdrempelig is. Je hoeft geen pand te huren, je kunt het zelf bouwen en gewoon beginnen.”

Wat maakte dat dit idee bleef hangen?

“Dat je alles zelf doet. Zelf bouwen, zelf verkopen, zelf uitzoeken hoe het werkt. Het hoefde niet meteen groot of perfect te zijn. Dat vond ik prettig. Het was iets wat ik kon proberen zonder dat het meteen grote risico’s had.”

Wat was je eerste stap?

“Uitzoeken hoe je zo’n ijskar bouwt. Welke bakfiets geschikt is, hoe je daar een vriezer op zet, hoe je zorgt dat alles veilig en praktisch is. Ik heb die eerste ijskar helemaal zelf gebouwd. Die staat hier niet meer, alles wat je nu ziet is nieuwer, maar dat was wel echt het begin.”

Hoe oud was je toen je daadwerkelijk de wijk in ging?

“Ik was zestien toen ik begon met bouwen en zeventien toen ik voor het eerst met die bakfiets door de wijk fietste.”

Hoe reageerden mensen daarop?

“In het begin was het gewoon afwachten. Je fietst door de wijk en kijkt of mensen erop afkomen. Dat gebeurde gelukkig. Het werd steeds drukker en mensen begonnen me te herkennen. Ze wisten ongeveer wanneer ik langs zou komen. Dat gaf vertrouwen.”

Wanneer merkte je dat het groter werd dan alleen rondfietsen?

“Toen mensen begonnen te vragen of ik ook op kinderfeestjes of kleine evenementen wilde komen. Dat had ik niet van tevoren bedacht, maar ik ben daar gewoon ja op gaan zeggen. Zo groeide het vanzelf.”

Je stopte niet als het ijsseizoen voorbij was.

“Nee, dat vond ik zonde. In de winter heb ik bijvoorbeeld een poffertjeskar gebouwd op diezelfde bakfiets. Helemaal van hout. Dat was technisch lastiger, maar ik vond het leuk om te doen. In de winter heb je ook meer tijd om te bouwen en dingen uit te zoeken. IJs is een zomerproduct, dus de winter gebruik ik om te verbeteren en vooruit te kijken.”

Je was jong, maar regelde alles zelf. Hoe ging dat zakelijke deel?

“Ik heb me gewoon ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en doe mijn administratie zelf. Mijn ouders ondernemen ook, dus het was niet helemaal onbekend. Je leert een deel op school, maar het meeste leer je door het te doen en door dingen op te zoeken. Je hoeft niet alles meteen perfect te doen.”

Na de middelbare school koos je toch voor een vervolgopleiding.

“Ja. Ik ben eerst nog even naar het vwo gegaan, maar daar ben ik snel mee gestopt. Ik merkte dat ik werken met mijn handen veel leuker vind. Daarna ben ik hbo ondernemerschap en retailmanagement gaan studeren, maar die heb ik niet afgerond.”

Vanwege je bedrijf?

“Ja deels. In het laatste jaar moest ik stage lopen. Die had ik eerst bij mijn eigen bedrijf gedaan, maar ik moest hem herkansen en dat moest bij een ander bedrijf. Dat betekende veertig uur per week stage lopen, in de zomer. Dat kon ik niet combineren met mijn onderneming. Stoppen met ondernemen wilde ik niet, dus heb ik de studie op pauze gezet.”

Hoe kijk je daar nu op terug?

“Het enige wat ik jammer vind, is dat ik er wel 3,5 jaar in heb gestoken en het papiertje nu niet heb. Misschien maak ik het later nog af. Maar op dit moment voelt ondernemen belangrijker dan dat diploma.”

Wanneer kwam Fyesta in beeld?

“In 2022. Het pand op de hoek van de Grote Markt was toen een softijszaak. De vorige eigenaren wisten dat ik al jaren ijs verkocht en vroegen of ik het wilde overnemen. Die kans liet ik niet aan me voorbij gaan. Ik wilde er een echte ijssalon van maken. Met schepijs, een vitrine, meer beleving. Maar dat kost tijd en geld. Je kunt niet alles in één keer.”

Wanneer kwam dat schepijs er?

“Vorig jaar. Dat was voor mij wel een belangrijk moment. Mensen kenden mij al van het schepijs dat ik met de kar verkocht. Maar daarvoor moest de hele gevel eruit en dat was een flinke investering.”

Je combineert nu de ijssalon met de ijskarren. Hoe ziet een werkweek eruit?

“In de zomer sta ik doordeweeks van twaalf tot vijf in Fyesta. Daarna neemt het personeel het over en ga ik zelf met de ijskar de wijk in. In het weekend ben ik vaak bezig met boekingen en evenementen. In de zomer werk je eigenlijk van vroeg tot laat.”

En in de winter?

“Dan is het rustiger en werk ik meer achter de schermen. Ongeveer veertig uur per week. Dan maak ik plannen, bouw ik dingen, werk ik aan de website en test ik nieuwe ideeën.”

Fyesta verandert elk winterseizoen.

“Ja, ik vind het zonde om helemaal dicht te gaan. Vorig jaar hadden we wafels, daarvoor worstenbroodjes en nu crumbles. Het houdt het fris, maar het moet wel duidelijk blijven dat Fyesta een ijssalon is.”

De komende periode staat Vastenavend voor de deur.

“Ja, daar kijk ik alweer naar uit! Dat is voor ons altijd een hele andere periode dan normaal. Met Vastenavend bouwen we Fyesta eigenlijk helemaal om. De zaak wordt dan een stuk groter, omdat we ook de ruimte buiten erbij betrekken. We krijgen een grote bar op de stoep en verkopen daar drank. Daarnaast gaan we eten verkopen: broodjes hamburger, mexicano’s, kip, dat soort dingen. Net even anders dan je het vaak ziet.”

Klinkt goed! Wat maakt jou onderscheidend?

“Ik mis bij veel plekken tijdens Vastenavend de verse producten. Het is vaak snel en makkelijk. Dat snap ik ook, want het is druk. Maar wij hebben hier een keuken en geen café dat binnen ook nog draait. Daardoor kunnen we iets meer aandacht besteden aan wat we maken. Met verse sla, tomaat, augurk. Dat klinkt simpel, maar dat maakt het verschil.”

Mag je dan zomaar alcohol schenken?

“Dat is iets waar vaak verwarring over is. Binnen mogen we geen alcohol schenken, omdat we daar geen horecavergunning voor hebben. Buiten mag dat wel, mits je daar een vergunning voor krijgt. Die vragen we elk jaar aan. We mogen dan op de stoep een buitenbar neerzetten en daar schenken. Dit jaar hebben we ook STËLZ op de tap. Dat is nieuw voor ons en we zijn benieuwd welke doelgroep we daarmee bereiken.”

Je bent begonnen met ondernemen in de coronaperiode.

“Ja dat klopt, maar eerlijk gezegd pakte dat voor mij juist goed uit. Alles was dicht, mensen zaten thuis en het was die corona zomer heel mooi weer. Dan kwam ik met de ijskar door de wijk en zorgde voor iets positiefs. Het werd een extreem drukke zomer voor mij en het heeft ook gezorgd voor naamsbekendheid.”

Je hebt inmiddels een grote klantenkring, heeft corona daar bij geholpen?

“Ik denk het wel. Het opbouwen van een klantenkring gaat langzaam. In het begin weet je niet precies wat je doet. Mond-tot-mondreclame is belangrijk. Bedrijven zien je op evenementen. De website helpt. Je hoeft geen duizenden klanten te hebben. Als een paar honderd mensen je weten te vinden, werkt het al.”

Heb je een vast doel voor de toekomst?

“Nee. Ik kijk liever per jaar wat verstandig is. Groei is geen doel op zich. Soms is het beter om niet groter te worden. Het gaat erom wat op dat moment het beste past.”

Tot slot: met wie zou je zelf nog eens aan keukentafel willen zitten?

“Met mijn toekomstige zelf. Als ik oud ben. Ik ben benieuwd hoe ik dan terugkijk en wat ik nu tegen mezelf zou zeggen.”

Paspoort
Naam: Benjamin de Bruin
Leeftijd: 24 jaar
Bedrijf: Eigenaar van Fyesta en De IJskar
Burgerlijke staat: Heeft een vriendin
Wat doe je graag in je vrije tijd?: “Dat klinkt misschien gek, maar als ik tijd heb, pak ik vaak juist weer die oude bakfiets en fiets ik door de wijk. Dan ben ik eigenlijk alsnog een beetje aan het werk, maar dat vind ik juist leuk. Zo is mijn hobby ook mijn werk geworden.”



Blijf op de hoogte van het lokale nieuws uit jouw regio met onze dagelijkse nieuwsbrief