Ben begon ooit als schilder, maar bouwde vanuit het niets een schoonmaakbedrijf op.
Ben begon ooit als schilder, maar bouwde vanuit het niets een schoonmaakbedrijf op. Foto: José van der Wegen
AAN DE KEUKENTAFEL

Aan de keukentafel met Ben van Hoof: ‘We zijn geen lompe schoonmakers, schoonmaken is een vak’

Door: José van der Wegen Rubriek

HOOGERHEIDE/THOLEN - Ondernemers zijn vaak dag en nacht bezig met hun onderneming. Maar wat drijft hen? Wat is hun motivatie? En waar liggen zij ‘s nachts van wakker? In ‘Aan de keukentafel met...’ gaan we met hen in gesprek en gaan we op zoek naar het bijzondere verhaal dat zij te vertellen hebben. Deze week: Ben van Hoof, eigenaar Schoonmaakcentrum Ben van Hoof.

Hoe ben je in de schoonmaakbranche beland?

“Ik heb eigenlijk het schildersvak geleerd en was schilder in de bouw, maar destijds was het niet zo’n goede tijd. Ik kwam uiteindelijk via een uitzendbureau terecht bij Van de Wekke Schoonmaakdiensten. Daar moest ik onder meer ramen wassen en andere schoonmaakwerkzaamheden. Ik heb me vervolgens opgewerkt tot algemeen voorman. Toen ik ongeveer dertig jaar oud was, ging ik scheiden van mijn eerste vrouw. Ik kreeg toen ook de drang om voor mezelf te beginnen en daadwerkelijk de kans om die stap echt te zetten.”

Vertel eens meer over die kans.

“In Bergen op Zoom zat destijds al de kokkelfabriek Shellfish aan de Van Konijnenburgweg. Ik was eigenlijk een van de weinigen die wist hoe die machines in de fabriek schoongemaakt moesten worden. Dus de bedrijfsleider van Shellfish dacht aan mij, want hij wist dat ik net voor mezelf begonnen was. Ik kon er zelfs in de nacht terecht. Het was weliswaar hard werken, maar het heeft me wel gered als beginnend ondernemer. Want ik had wel gelijk een grote klant naast alle particuliere klanten die ik toen had.”

En hoe ging het toen verder? Want van loondienst naar zelfstandig ondernemen is een grote stap.

“Eerst deed ik nog schilderklussen erbij, maar het schoonmaken nam ook een grote vlucht. Vooral de speciale reiniging trok me aan. Dat vond ik toch wel veel leuker dan ramen wassen. Ik nam ook wat jongeren aan als vakantiewerkers en had een paar jongens in dienst. En zo groeide het vanzelf naar het schoonmaken van kantoren. Maar ik weet ook nog heel goed dat toen ik net begon, ik niet genoeg rekening had gehouden met bepaalde kosten, zoals de aanslagen van de Belastingdienst. Die kon ik eigenlijk niet eens betalen, maar dankzij mijn huidige vrouw is dat goed gekomen. Ook zij heeft mij gered.”

Is je vrouw ook betrokken bij je bedrijf?

“Jazeker, ze werkt ook mee. Eerst werkte ze in de gehandicaptenzorg, maar tegenwoordig werkt ze mee aan de administratie en de begeleiding van de schoonmaaksters. Ze is een soort voorvrouw. Ze stuurt onder meer de schoonmaaksters aan bij een van onze grote klanten, Tummers in Hoogerheide. Twintig jaar geleden zijn we bij Tummers aan de slag gegaan en dit is toch wel uitgegroeid tot een van de belangrijkste klanten voor ons. Vanuit de directie kregen we het verzoek of we de schoonmaaksters ook wilden gaan begeleiden. Dat heeft mijn vrouw dus opgepakt en dat gaat uitstekend. Het heeft ons ook werk opgeleverd bij andere grote bedrijven in de omgeving. Het mooie is dat wij als schoonmaakbedrijf echt het respect krijgen van iedereen.”

Dat moet heel erg fijn zijn, want de schoonmaakbranche heeft niet bij iedereen een goed imago.

“Nee, dat klopt en dat is niet terecht. We zijn geen lompe schoonmakers. Schoonmaken is een vak en de kwaliteit gaat ook echt omhoog. In de afgelopen jaren is er veel veranderd. Denk alleen al aan de veiligheid. Vroeger stonden we op houten ladders en zonder veiligheidssystemen op grote hoogte kleine raampjes te lappen. Dat kun je je nu niet meer voorstellen. Daarnaast moeten we ook aan allerlei certificeringen voldoen om bepaalde middelen te mogen gebruiken. Die certificaten krijg je dan via cursussen en trainingen.”

De veiligheid is dus verbeterd, maar de sector werkt ook steeds duurzamer.

“We gebruiken steeds meer middelen die milieuvriendelijk zijn. Zo zijn er nieuwe middelen waarbij je een gevel kunt inspuiten en vervolgens gewoon met water kunt afspuiten ter reiniging. We hanteren ook strenge eisen voor het schoonmaakwerk zelf. Zo zijn rode doekjes voor het afnemen van het sanitair en blauw gebruik je voor het interieur. De doekjes die je gebruikt zijn net zo belangrijk als de middelen die je gebruikt, want het is niet hygiënisch om doekjes voor alles te gebruiken. Onze schoonmaakploeg gebruikt ook alleen onze eigen middelen, omdat iets simpels als chloor misschien wel ontsmet, maar ook schadelijk kan zijn voor het materiaal waar het bij gebruikt wordt. Wij gebruiken alleen goed materiaal.”

Je hebt het over een schoonmaakploeg. Hoe groot is het bedrijf?

“Naast mijn vrouw en ik hebben we vijf dames in dienst. Ze werken allemaal in vaste dienst, hoofdzakelijk in deze regio. Hun werkzaamheden variëren van het schoonmaken van trappenhallen tot de grotere kantoren. Gezamenlijk werken ze de nodige uren in de week.”

Is personeel ook in de schoonmaaksector een aandachtspunt?

“Het is weleens gebeurd dat ik klanten heb moeten afzeggen, omdat ik geen personeel had. Van de vijf dames in dienst is er bovendien slechts eentje een Nederlandse vrouw en de andere dames komen uit Roemenië. Je kunt bijna geen Nederlandse werknemers vinden die in de schoonmaakbranche aan de slag willen, velen voelen zich hier te goed voor. En er wordt altijd veel commentaar gegeven op buitenlandse werknemers, maar als je alle Poolse, Roemeense en andere niet-Nederlandse werknemers terug naar huis zou sturen, dan hebben heel veel sectoren een probleem. Maar eigenlijk is het momenteel overal moeilijk om goed personeel te vinden.”

Zijn er nog meer uitdagingen in de sector?

“De concurrentie is groot. Tegenwoordig mag iedereen een bedrijf beginnen. Er zijn heel veel kleine bedrijfjes actief in de branche die tegen een laag tarief werken of in het zwart werken. Wij vallen binnen het midden- en kleinbedrijf en dan val je ook qua wet- en regelgeving vaak net buiten de boot. Het is leuk dat er veel wordt geregeld voor werknemers, maar voor werkgevers is dat soms zwaar. Als een werknemer langdurig ziek wordt, moet je als werkgever de kosten doorbetalen. Ook als personeel weggaat, omdat bijvoorbeeld een contract niet wordt verlengd, dan moet je een transitievergoeding betalen. En gaat er iets kapot, dan moet het gerepareerd worden. Dat zijn kosten die allemaal voor de werkgever zijn en in een heel groot bedrijf kun je die kosten makkelijker dragen dan in het mkb. Schatrijk word ik er dus zeker niet van.”

Maar tegenover uitdagingen staan vast ook wel hoogtepunten?

“Terugkijkend op de ruim dertig jaar dat ik dit werk doe, kan ik zeker zeggen dat ik trots ben. We werken met mooi en goed materiaal, ik zit in een mooi pand en we hebben mooie klanten. Ik ben er trots op dat ik het nog steeds red. En daarnaast heb ik als eigenaar ook de vrijheid om mijn eigen uren in te plannen. Als ik om half drie naar huis toe wil, dan kan dat, want ik kan mijn uren op andere momenten compenseren. En zo heb ik weer tijd voor mijn andere hobby, muziek maken. Ik heb mijn eigen studio, speel in de band Triple-B of treed op onder de naam BenooZ.”

Tot slot: met wie zou je zelf nog eens aan de keukentafel willen zitten?

“Ik denk dan eerder aan artiesten zoals Anouk en Mark Knopfler of een grote platenbaas, omdat muziek mijn grote passie is. Hoe denken zij over de muziek? Hoe doen zij dat nu? En misschien kunnen ze mij nog wat dingetjes leren over muziek.”

Paspoort
Naam: Ben van Hoof
Leeftijd: 62 jaar
Woonplaats: Putte
Bedrijf: Schoonmaakcentrum Ben van Hoof
Locatie: Hoogerheide
Burgerlijke staat: getrouwd, twee kinderen van zijn vrouw, 1 kleindochter
Wat doe je graag in je vrije tijd? “Muziek staat bij mij voorop. Ik treed op als BenooZ en speel in de blues- en rockband Triple-B. Daarnaast tennis ik.”



Blijf op de hoogte van het lokale nieuws uit jouw regio met onze dagelijkse nieuwsbrief