
Nieuwe nummers. Volle agenda. Jan de Bruijn geeft weer gas
Door: Corné Luijken AlgemeenZUNDERT - Zijn nieuwste plaat staat online. Zijn hoofd zit vol nieuwe nummers, zijn agenda vol optredens. Doodgewoon leven, zou je zeggen; als de statistieken het niet anders hadden voorspeld. Blueszanger Jan de Bruijn had zich, medisch gezien, allang mogen excuseren. Hij deed het niet. In plaats daarvan nam hij een plaat op en doopte hem, zonder een greintje gêne, Save it Up.
DOOR CORNÉ LUIJKEN
Een paar jaar geleden woonde Jan in het tuinhuisje van zijn neef, verderop in het centrum van Zundert. Niet als grap of voor de sfeer. “Ik kon trap naar mijn appartement niet meer op,” vertelt hij, alsof het over een verhuizing gaat en niet over een lichaam dat weigerde.
Dat lichaam bleek twee vormen van leukemie te dragen, een combinatie waarbij patiënten normaal gesproken niet overleven. Het begon met het vermoeden van bloedarmoede. Daarna volgde een ruggenmergpunctie. Een stamceltransplantatie leek de uitweg, tot die deur dichtging. “Daar kwam ik niet voor in aanmerking”, zegt Jan. Van februari tot mei kon hij bijna niets. Niet zielig doen, was het enige plan.
Twee weken voor dit gesprek kwam het nieuws waarop niemand had durven rekenen. “Ik kreeg te horen dat de kans heel groot is, verre meer dan reëel, dat ik nog jaren heb,” zegt Jan. Geen jubelmoment, geen overwinningsverhaal. Gewoon een mededeling, uitgesproken op dezelfde rustige toon als de rest. De behandelingen lopen nog door. Van honderd procent genezing is dus nog geen sprake, al is dat niet uitgesloten.
Terwijl de kalender in Rotterdam vol stond met behandeldagen, ging de muziek gewoon door. De basisopnames van Save it Up lagen al klaar. Jan voegde er tussen ziekenhuisbezoeken door stukje bij beetje de zang aan toe. “Ik dacht niet dat ik de plaat nog af zou maken, maar dat heb ik toch gedaan.” Save it Up staat inmiddels op de streamingdiensten.
Stilzitten is er niet bij. Er liggen alweer zes nieuwe nummers klaar, de opvolger van Save it Up staat al in de steigers. Vijf, zes uur gitaar per dag, demo’s die moeten rijpen in de studio bij producer Chris Smulders. Teksten ontstaan zonder vooropgezet thema, op het ritme van de muziek zelf. Pas als het nummer er al staat, komt de betekenis erachteraan.
Het voelt intenser
Of de ziekte de muziek zelf heeft veranderd, durft hij niet hard te maken. Intenser voelt het wel, zegt hij, maar hij is de eerste om toe te geven dat zoiets moeilijk te bewijzen valt.
Wat hem dat tempo geeft, wordt duidelijk zodra hij over het podium praat. “Discipline durf ik niet te noemen, want dat ken ik niet. Maar wel een bepaalde... Ik moet dat doen, want als ik op het podium zit, dan wil ik het gevoel hebben dat ik in een Porsche zit en ik heb 200 pk over.” Een man die net leukemie overleefde en zichzelf vergelijkt met een sportwagen met vermogen in reserve. Niemand hoefde hem dat beeld aan te reiken.
Dat vermogen zet hij ook om in optredens. De agenda raakt voor de komende maanden aardig vol. Van club naar club, avond na avond. Soms alleen, vaker met bassist Carlo van Belleghem, toesenist Pieter van Bogaert en drummer Pieter Doms aan zijn zijde.
Over de ziekte praat Jan liever open dan gesloten. Hij wil duidelijkheid geven, liever dan dat anderen maar wat aannemen.
Wat doe je met tijd die je niet had verwacht te krijgen? Jan lijkt het antwoord niet in woorden te zoeken. Hij zoekt het in de studio, in nieuwe nummers die nog moeten landen, en in een agenda die avond na avond weer voller raakt. Met tweehonderd pk in reserve. [n]






