Mathisse Arendsen: ‘De kunst heeft me gered’
Mathisse Arendsen bij zijn werk geïnspireerd op de Black Lives Matter-beweging.
Mathisse Arendsen bij zijn werk geïnspireerd op de Black Lives Matter-beweging. (Foto: Britta Janssen)

Mathisse Arendsen: ‘De kunst heeft me gered’

‘s-HEER ARENDSKERKE - Als klein jongetje nam Mathisse Arendsen al uilenballen, steentjes en schelpjes uit het bos mee naar huis om ze met zelfgemaakte houtskool na te tekenen. Nu is de Goesenaar 72 jaar en het tekenen en schilderen is nooit weggeweest uit zijn leven. “De kunst heeft me gered”, vertelt de winnaar van de Culturele Prijs Goes 2021. “Het houdt me in balans, zodat ik kan functioneren.”


Schilderen en dichten zijn een belangrijke uitlaatklep voor Arendsen. “Het stormt altijd in mijn hoofd. Dat temper ik door het om te zetten in beeld.” Arendsen is schizofreen en heeft al sinds zijn jeugd een alter ego. “De eerste jaren hielp zij mij overleven, maar later, toen ik dacht dat ik haar niet meer nodig had, veranderde ze in een negatief alter ego.” Arendsen heeft antipsychotica tot zijn beschikking, maar die medicijnen perken zijn creativiteit in. “Daarom slik ik ze pas als het echt niet meer anders kan.” Want de medicijnen kunnen hem helpen, dat doet de kunst zeker ook. “Als ik ga schilderen, stap ik in een andere wereld waar de regels van hier buiten blijven.”

Bekeken

Arendsen is iedere dag in zijn atelier in ‘s-Heer Arendskerke te vinden. Zelden ziet hij daar iemand en die rust vindt hij prettig. Bij zijn exposities - hij heeft er ruim honderd op zijn naam staan in binnen- en buitenland - treedt hij liever ook niet op de voorgrond. “Het liefst sta ik een stuk verderop, achterin haha, en laat ik mijn vrouw Joke het woord doen. Zij draagt ook mijn gedichten voor.” Want hij wil zijn werk wel graag presenteren aan het publiek. “Een schilderij dat niet bekeken wordt, is niet meer dan een stuk doek met verf. En ik denk iets te vertellen te hebben waaraan een ander iets heeft. Wat dat is, laat ik aan de kijker. Daarom stuur ik ook niet met titels voor mijn schilderijen. Ik probeer wel iets mee te geven aan de kijker, zoals troost of herkenning.”

Prijs

‘Zijn stijl en onderwerpkeuze spreken veel mensen aan’, motiveert de Culturele Raad Goes de toekenning van de Culturele Prijs Goes aan Arendsen. ‘Hij maakt op kunstzinnige wijze psychische problematiek inzichtelijk voor toeschouwers.’ Voor Arendsen kwam de prijs als verrassing. “Ik wist niet eens dat ik genomineerd was.” Hij heeft een cultureel geschenk gewonnen dat hij samen met de Culturele Raad mag invullen. “Ik zou graag aan het einde van dit jaar exposeren bij Een Bunder Kunst (aan de rand van ‘s-Heer Arendskerke, redactie). Dat vind ik een mooie plek.” Voor wie niet zo lang wil wachten kan in april in Lokaal 54 in Terneuzen zijn nieuwste serie werken bekijken. En op afspraak zijn bezoekers ook welkom in zijn atelier.

Uitersten

Door de jaren heen heeft Arendsen allerlei stijlen - hij beheerst er twintig - gehanteerd. Zijn series bestaan meestal uit zo’n tien werken. De laatste jaren schildert hij heel kleurrijk. “Behalve als mijn alter ego meer aanwezig is, dan wordt mijn werk donkerder.” Dualisme speelt een hoofdrol in zijn hele oeuvre. “Ik hou van uitersten. Omdat het een niet bestaat zonder het ander.” Natuurgetrouw staat tegenover abstractie in zijn schilderijen. “Ik ga graag tot het randje, voordat het kitsch wordt.” Arendsen vergt ook graag het uiterste van zichzelf. “De mooiste bloem staat aan de andere kant van het mijnenveld, bij wijze van spreken. Die is het moeilijkste te bereiken. Ik wil niet onder mijn kunnen schilderen.”

Houvast

Zijn kunnen is gebaseerd op een opleiding aan de Kunstacademie in Arnhem en een leven lang ervaring. “Ik ben opgegroeid in Gelderland en als klein jongetje ging ik vaak naar het bos met mijn hond. Ik nam uilenballen, schelpjes en stenen mee naar huis en etaleerde ze bij kaarslicht. Voor tekenpapier hadden we geen geld, dus ik gebruikte behang. Ik brandde zelf houtskool in de potkachel. Zo begon het. En ik heb nooit meer iets anders gewild dan kunstenaar worden.” Na de Kunstacademie zwierf Arendsen de wereld over. “Zo heb ik in Parijs gewoond. Daar maakte ik posters voor bioscopen en stoeptekeningen van krijt, die na een regenbui weer verdwenen waren. Als ik bezig was, zette ik een bakje neer waar passanten francs in konden gooien en soms verdiende ik dan genoeg geld voor een zakje friet. Vaak at ik ook dagenlang niets.” In die zware periodes heeft hij nooit een andere carrière overwogen. “De kunst was altijd mijn houvast.”

Laatste

Arendsen kwam in 1972 in Goes terecht, toen hij hier een baan vond bij een reclamebureau. “‘s Avonds en ‘s nachts bleef ik voor mezelf schilderen.” Aan inspiratie heeft het hem nooit ontbroken. “Ik kom tijd te kort om te schilderen.” Wanneer de expo in Terneuzen hangt, begint de beeldend kunstenaar aan een nieuwe serie. “Dat wordt mijn laatste. Al zegt dat niets”, begint hij te lachen, “misschien bestaat die straks wel uit honderd werken.”

Meer informatie

Kijk voor meer informatie over Mathisse Arendsen en zijn werk op www.artm.nl.

 



NIEUWSBRIEF


Blijf op de hoogte van het lokale nieuws uit jouw regio met onze dagelijkse nieuwsbrief




CustomHtml_6